Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Dikbekorganist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Dikbekorganist | Euphonia laniirostris

Thick-billed Euphonia | Eufonia piquigruesa

De dikbekorganist is een organist van halfopen landschap, bosranden en tuinen in het zuiden van het gidsgebied. Het mannetje is blauwzwart van boven en geheel geel van onder, en heeft een iets zwaardere snavel dan verwante soorten. De zang bevat veel nagebootste roepen van andere vogels.

Dikbekorganist (Euphonia laniirostris)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Opvallend gevarieerd: de zang is een lange, snelle reeks fluittonen, tjirpjes en nagebootste roepen van andere vogels. Roepen zijn onder meer een helder, stijgend tsjwiet en een herhaald piet-piet.

Luister: ZangXC1185863

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Gedrongen, met een relatief dikke, korte snavel en een korte staart. Mannetje: bovendelen en zijkop glanzend blauwzwart; voorkruin geel tot net achter het oog. Keel en hele onderzijde, inclusief de onderstaartdekveren, helder geel tot okergeel; de buitenste staartpennen met wit aan de onderzijde. Vrouwtje: bovendelen olijfgroen, onderzijde vrij egaal geelachtig olijf, in het midden iets lichter geel. Jonge mannetjes zijn eerst vrouwtjesachtig, met de eerste blauwzwarte veren op de rug.

Verwarrings­soorten

De geelkeelorganist Euphonia hirundinacea is in het veld nauwelijks van de dikbekorganist te onderscheiden en overlapt er in Costa Rica en het westen van Panama plaatselijk mee; de snavel is iets slanker en het vrouwtje heeft een duidelijk grijswit buikmidden. De geelkruinorganist Euphonia luteicapilla en de witbuikorganist Euphonia minuta hebben een donkere keel; de vlekkruinorganist Euphonia imitans heeft eveneens een donkere keel en een kleinere, donker gevlekte gele voorkruin.

Leefgebied

Bosranden, secundair bos, halfopen landschap met bomen, schaduwplantages, boomgaarden, parken en tuinen; ook oeverbos en randen van droog bos. Vooral in het laagland en de lagere heuvels, tot ongeveer 1500 m. Leeft in paartjes of kleine groepjes en eet vooral maretakbessen en kleine vruchten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in Costa Rica, vooral aan de Pacifische kant en in de Centrale Vallei, en in heel Panama. Buiten het gidsgebied wijdverbreid in Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot in Peru, Bolivia en het westen van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De dikbekorganist wordt vaak het eerst opgemerkt aan zijn zang vol nagebootste geluiden; wie een onverwachte roep uit een boomkruin hoort, doet er goed aan naar een kleine geelzwarte vogel te zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en goed bestand tegen door de mens veranderd landschap. Wordt in delen van het verspreidingsgebied gevangen als kooivogel.

Wetenschappelijke naam

Euphonia laniirostris | d'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye, 1837

D'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye beschreef de soort in 1837 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Euphonia werd in 1806 ingevoerd door Desmarest, A-G. Euphonia is Grieks, van eu 'goed' en phōnē 'geluid': 'welluidend', naar de aangename roep. laniirostris is Latijn, van Lanius 'klauwier' en rostrum 'snavel': 'met een klauwiersnavel', naar de dikke snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Yuracarés, Bolivia.