Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Vlekborstmiervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Vlekborstmiervogel | Hylophylax naevioides

Spotted Antbird | Hormiguero moteado

De vlekborstmiervogel is een kleine miervogel met een witte borst vol zwarte vlekken. Hij is een vaste volger van zwermen trekmieren en vangt daar de insecten die voor de mieren uit vluchten. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Vlekborstmiervogel (Hylophylax naevioides)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks hoge, ijle, tweelettergrepige fluittonen, ongeveer als pie-tie pie-tie pie-tie, die naar het eind zachter wordt. Daarnaast korte, raspende roeptonen.

Luister: ZangXC621789

Opname: Rainforest Connection — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11 cm. Het mannetje heeft een grijze kop, een zwarte keel en een witte onderzijde met een brede band van grote zwarte vlekken over de borst. Rug roodbruin, vleugels zwartachtig met twee okerkleurige vleugelstrepen; staart grijs met een zwarte band en een lichte top. Het vrouwtje is doffer bruin, met een lichtere keel en bruine in plaats van zwarte vlekken op de okergele borst.

Verwarrings­soorten

De tweekleurige miervogel Gymnopithys bicolor, die vaak bij dezelfde mierenzwermen zit, is groter en heeft een ongevlekte witte onderzijde, een bruine kop en blauwe huid rond het oog. De mcleannans miervogel Phaenostictus mcleannani is veel groter, met een geschubd verenkleed en een lange staart. De bonte mierlijster Myrmornis torquata is gedrongener en mist de gevlekte borst.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, ook oud secundair bos; van zeeniveau tot ongeveer 900 m. Zoekt meestal bij zwermen trekmieren naar voedsel, maar ook alleen in de ondergroei; zit graag dwars op verticale stengeltjes vlak boven de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Honduras en Nicaragua tot Costa Rica, waar hij ook in het zuiden van de Pacifische kant voorkomt; in Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bij een zwerm trekmieren in het laaglandbos van Panama of Costa Rica is hij vaak een van de eerste vogels die opvallen, samen met de tweekleurige miervogel en mcleannans miervogel. Pipeline Road in Panama is een bekende plek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in vochtig bos; als volger van trekmieren afhankelijk van grotere aaneengesloten bosgebieden.

Wetenschappelijke naam

Hylophylax naevioides | (de Lafresnaye, 1847)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1847 als Conopophaga naevioïdes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hylophylax werd in 1909 ingevoerd door Ridgway. Hylophylax is Grieks, van hulē 'bos' en phulax 'wachter': 'boswachter'. naevioides betekent 'lijkend op naevius', van Latijn naevius 'gevlekt' en Grieks -oidēs 'gelijkend', naar de verwante Gevlekte Miervogel (Hylophylax naevius). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panama (later aangewezen; oorspronkelijk geen vindplaats).