Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Virginiaanse boomkwartel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Virginiaanse boomkwartel | Colinus virginianus

Northern Bobwhite | Colín de Virginia

De Virginiaanse boomkwartel is de bobwhite van Noord-Amerika en heeft in Mexico en het westen van Guatemala het zuidelijkste deel van zijn verspreidingsgebied. In het gidsgebied varieert de soort sterk: de mannetjes verschillen per streek van witkelig tot geheel zwartkoppig of roodborstig. De naam bobwhite is ontleend aan de fluitende roep.

Virginiaanse boomkwartel (Colinus virginianus)
Foto: Brian Stansberry — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje roept een helder, oplopend fluitend bob-WHAIT of bob-bob-WHAIT, vooral in de broedtijd en vaak vanaf een paal of struik. Verspreide vogels van een groep zoeken elkaar met een vragende roep, koi-hie.

Luister: ZangXC778483

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–27 cm; een kleine, ronde kwartel met een korte staart en een korte kuif. Het mannetje van de noordelijke vormen heeft een witte keel en wenkbrauwstreep met een zwarte oogstreep en halsband, roodbruine bovendelen en flanken en een wit-zwart geschubde buik. Naar het zuiden worden de mannetjes donkerder: in delen van Veracruz, Puebla en Oaxaca hebben ze een geheel zwarte kop en keel of een zwarte borst, in Chiapas en Guatemala een zwarte keel met roodbruine onderdelen. Het mannetje van de 'maskerbobwhite' (C. v. ridgwayi) uit Sonora heeft een zwarte kop en een egaal roodbruine borst en buik. Het vrouwtje is in alle vormen bruiner, met een okerkleurige keel en wenkbrauwstreep en een geschubde of gestreepte borst.

Verwarrings­soorten

De zwartkeelboomkwartel Colinus nigrogularis op het schiereiland Yucatán en in de Mosquitia lijkt op de zwartkelige vormen, maar het mannetje heeft een zwarte keel met een witte rand en een sterk wit-zwart geschubde onderkant. De vlekbuikbobwhite Colinus leucopogon leeft verder naar het zuiden, vanaf El Salvador en Honduras, en heeft witte vlekken op de buik. De bandkwartel Philortyx fasciatus heeft een spitse, donkere kuif en regelmatig zwart gebandeerde, witte onderdelen.

Leefgebied

Open, afwisselend landschap: graslanden en savanne met struiken, akkers met hagen en ruige randen, weilanden, bosranden en open droogbos en doornstruweel, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m. Leeft buiten de broedtijd in groepen. Eet zaden, jonge scheuten en in de zomer veel insecten. Het nest is een kuiltje op de grond, vaak met een overkapping van gras.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het noordoosten van Mexico (Coahuila, Nuevo León, Tamaulipas) en verder zuidelijk langs de Golfkust en het binnenland via San Luis Potosí en Veracruz; in het midden en westen van Jalisco en Guanajuato tot Puebla, Guerrero en Oaxaca, en langs de Pacifische kant van Chiapas tot in het westen van Guatemala. De maskerbobwhite leefde in de graslanden van het midden van Sonora. Buiten het gidsgebied in het oosten en midden van de Verenigde Staten en op Cuba.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in het voorjaar en de zomer, wanneer de mannetjes roepen, in het akker- en weilandschap van Tamaulipas en Nuevo León. Groepen zijn in de herfst en winter vroeg in de ochtend langs onverharde wegen te zien, waar ze zich in de dekking van ruigte en hagen ophouden.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort is over grote delen van het verspreidingsgebied sterk achteruitgegaan door het verdwijnen van ruige randen en het intensiveren van de landbouw. De maskerbobwhite in Sonora is in het wild vrijwel verdwenen; er lopen kweek- en uitzetprogramma's.

Wetenschappelijke naam

Colinus virginianus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tetrao virginianus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colinus werd in 1820 ingevoerd door Goldfuss. Colinus gaat terug op het Nahuatl zōlin, 'kwartel'. virginianus betekent 'uit Virginia': de typevindplaats werd oorspronkelijk als 'Amerika' opgegeven en later tot die staat beperkt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Virginia.