Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Verreaux' duif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Verreaux' duif | Leptotila verreauxi

White-tipped Dove | Paloma arroyera

De verreaux' duif is de meest verbreide grondduif van het gidsgebied: een middelgrote, bruine duif met een lichte onderkant en witte staarthoeken, die van het zuiden van Texas tot in Argentinië voorkomt. Ze loopt meestal onopvallend over de grond in struikgewas en aan bosranden en wordt vaker gehoord dan gezien. In het gidsgebied ontbreekt ze alleen in Baja California, in het droge binnenland van Noord-Mexico en in de hoogste bergen.

Verreaux' duif (Leptotila verreauxi)
Foto: Kathy & sam from Beaverton OR, USA — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, hol en ver dragend koeren, als blazen over de hals van een fles: een kort voorslagje gevolgd door een lange, aanzwellende en weer wegstervende toon, oe-hoeoeoe. De roep wordt met lange tussenpozen herhaald, ook midden op de dag. Bij het opvliegen geven de vleugels een zacht fluitend geluid.

Luister: ZangXC1184754

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–29 cm. Een vrij gedrongen duif met een middellange, afgeronde staart. De bovendelen zijn effen grijsbruin tot olijfbruin, de kruin is grijzig, voorhoofd en keel zijn licht, bijna wit. De borst is licht roze-beige, de buik wit; op de achterhals een zwakke paarsachtige glans. Het oog is lichtgeel, omgeven door een ring van kale, meestal blauwe huid; de poten zijn rood. De staart is donker met smalle witte punten aan de buitenste veren, die vooral bij het opvliegen en landen te zien zijn. De ondervleugel is roodbruin. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben bovendelen met lichte veerranden.

Verwarrings­soorten

De grijskopduif Leptotila plumbeiceps heeft een blauwgrijze kruin en nek die scherp afsteken tegen de bruine rug, en leeft in vochtig bos. Cassins duif Leptotila cassinii is donkerder, met een grijze borst en minder wit in de staart, en leeft in vochtig laaglandbos aan de Caribische kant. De witbuikduif Leptotila jamaicensis heeft een witter gezicht en een roze-paarse glans op nek en mantel, en leeft alleen langs de kust van het schiereiland Yucatán en op eilanden voor de kust. De rosse kwartelduif Geotrygon montana is roodbruin, met een lichte streep onder het oog en zonder witte staarthoeken. De treurduif Zenaida macroura is slanker, met een lange, spitse staart en zwarte vlekken op de vleugel.

Leefgebied

Droog en halfvochtig bos, doornstruweel, galerijbos, secundair bos en bosranden, kreupelhout, plantages en tuinen met dichte begroeiing; ontbreekt in het binnenste van gesloten regenwoud. Van zeeniveau tot ongeveer 2500 m, vooral beneden 1500 m. Zoekt alleen of in paren lopend op de grond naar zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden. Het nest is een platform van takjes in een struik of lage boom.

Verspreiding en trek

In Mexico aan de Pacifische kant vanaf het zuiden van Sonora en aan de Golfkust vanaf Nuevo León en Tamaulipas zuidwaarts, met het hele schiereiland Yucatán en de Islas Marías (L. v. capitalis). Verder in heel Guatemala, Belize, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied van het zuiden van Texas tot ver in Zuid-Amerika, zuidelijk tot in Argentinië, en op Aruba, Curaçao, Bonaire, Trinidad en Tobago.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vroeg in de ochtend lopen vogels op stille onverharde wegen en paden langs struikgewas, waar ze bij nadering wegvliegen en de witte staarthoeken laten zien. Bij voederplaatsen van lodges, bijvoorbeeld in Costa Rica en op het schiereiland Yucatán, zijn ze vaak tam. Het holle koeren verraadt de soort meestal eerder dan ze te zien is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en wijdverbreid in het hele gidsgebied. De soort profiteert van bosranden en secundaire begroeiing en verdraagt een door de mens veranderd landschap goed.

Wetenschappelijke naam

Leptotila verreauxi | Bonaparte, 1855

Bonaparte beschreef de soort in 1855 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Leptotila werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Leptotila is Grieks, van leptos 'slank, smal' en ptilon 'veer', naar de plotseling versmalde buitenste handpen. verreauxi eert de Franse natuuronderzoeker en natuurhistorisch handelaar Jules Verreaux (1807–1873). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Colombia.