Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Tweekleurige miervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Tweekleurige miervogel | Gymnopithys bicolor

Bicolored Antbird | Hormiguero bicolor centroamericano

De tweekleurige miervogel is een miervogel van de onderste laag van vochtig bos, met bruine bovendelen, een witte keel en borst en een kale blauwgrijze huid rond het oog. Net als de mcleannans miervogel volgt hij zwermen trekmieren en vangt hij de insecten die voor de mieren uit vluchten. Op mierenzwermen is hij vaak de talrijkste miervogel. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Tweekleurige miervogel (Gymnopithys bicolor)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een reeks gefloten tonen die eerst stijgt en daarna daalt en overgaat in schorre tonen. Daarnaast een schor, raspend roepje en een snel ratelend geluid.

Luister: ZangXC1184822

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen, vleugels en staart warm bruin; kruin bruin. Zijkant van de kop zwartachtig, met een kale blauwgrijze huid rond het oog. Keel, borst en midden van de buik wit; flanken bruin. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De mcleannans miervogel Phaenostictus mcleannani is groter, met een zwart gezicht, een grote helderblauwe oogvlek en een geschubd patroon van zwarte vlekken. De vlekborstmiervogel Hylophylax naevioides is kleiner, met zwarte vlekken op de borst en lichte vleugelstrepen.

Leefgebied

Onderste laag van vochtig altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, ook oud secundair bos; plaatselijk hoger op de hellingen. Leeft vrijwel alleen bij zwermen trekmieren, waar hij van lage takken en stammetjes op opgejaagde insecten en spinnen duikt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Honduras, Nicaragua en Costa Rica, in het zuidwesten van Costa Rica ook aan de Pacifische kant; in Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bij een actieve zwerm trekmieren vaak in aantal aanwezig, onder meer bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Rustig blijven staan aan de rand van de zwerm levert de beste waarnemingen op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in aaneengesloten bos; gaat achteruit waar het bos versnipperd raakt en trekmieren verdwijnen.

Wetenschappelijke naam

Gymnopithys bicolor | (Lawrence, 1863) (GBIF: Gymnopithys leucaspis)

Lawrence beschreef de soort in 1863 als Pithys bicolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gymnopithys werd in 1857 ingevoerd door Bonaparte. Gymnopithys is Grieks, van gumnos 'naakt' en het miervogelgeslacht Pithys, naar de kale huid rond het oog. bicolor is Latijn voor 'tweekleurig', naar de witte onderdelen tegen de roodbruine bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lion Hill aan de Panamaspoorlijn, Panama.