Alle soorten › Spechtachtigen › Toekanbaardvogels › Tandsnavelbaardvogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Tandsnavelbaardvogel | Semnornis frantzii

Prong-billed Barbet | Barbudo cocora

De tandsnavelbaardvogel is een gedrongen, olijfbruine baardvogel met een okeroranje gezicht en een dikke, zilvergrijze snavel met een gevorkte punt. Groepjes laten in de vroege ochtend een luid, hol duet horen. Hij komt alleen voor in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama.

Tandsnavelbaardvogel (Semnornis frantzii)
Foto: Andy Morffew from Itchen Abbas, Hampshire, UK — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, hol, herhaald duet, kwa-a-a kwa-a-a, vooral in de vroege ochtend, waarbij paren en groepjes elkaar beantwoorden; verder lage, kwakende roepen.

Luister: ZangXC489725

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–18 cm. Kop, keel en borst okeroranje, met zwart rond de snavelbasis. Bovendelen olijfbruin, buik geelachtig olijfgrijs. De snavel is dik, zilvergrijs, en de bovensnavel eindigt in twee punten die over de ondersnavel grijpen. Het mannetje heeft een kort, glanzend zwart kuifje op het achterhoofd, dat het vrouwtje mist.

Verwarrings­soorten

De roodkopbaardvogel Eubucco bourcierii leeft vooral lager, is kleiner, groen van boven en heeft bij het mannetje een rode kop. Verder is er in het bergbos geen vogel met deze combinatie van een okeroranje gezicht en een dikke grijze snavel.

Leefgebied

Vochtig bergbos en nevelwoud, vooral tussen ongeveer 1000 en 2400 m, ook bosranden en open plekken met vruchtdragende bomen. Leeft in paren of groepjes en eet vooral vruchten en bessen, aangevuld met insecten. Buiten de broedtijd slapen groepjes samen in een boomholte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in de bergen van Costa Rica (Cordillera de Guanacaste, Cordillera de Tilarán, Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama (Chiriquí, Bocas del Toro, Ngäbe-Buglé en het westen van Veraguas). Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld gezien bij Monteverde, op de hellingen van de Poás, in Tapantí en bij San Gerardo de Dota in Costa Rica en rond Boquete en Cerro Punta in Panama. Het duet in de vroege ochtend helpt een groepje te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in bergbos binnen zijn kleine verspreidingsgebied.

Wetenschappelijke naam

Semnornis frantzii | (Sclater, 1864)

Sclater beschreef de soort in 1864 als Tetragonops frantzii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Semnornis werd in 1900 ingevoerd door Richmond. Semnornis is Grieks, van semnos 'plechtig, voornaam' en ornis 'vogel': 'voorname vogel'. frantzii eert de Duitse arts en natuuronderzoeker Alexander von Frantzius (1821–1877), die van 1853 tot 1868 in Costa Rica woonde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij San José, Costa Rica.