Alle soorten › Spechtachtigen › Amerikaanse baardvogels › Roodflankbaardvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes
Roodflankbaardvogel | Capito maculicoronatus
Spot-crowned Barbet | Cabezón pechiblanco
De roodflankbaardvogel is een gedrongen, zwart-witte baardvogel met een oranjegele borstvlek en rood op de flanken. Hij trekt in paren of kleine groepjes door de kroonlaag, vaak met gemengde troepen. In het gidsgebied leeft hij alleen in Panama.
Geluid
Schorre, kwakende roepen, krrrek of kwaak, en een lage, ratelende reeks, vaak in groepjes tegelijk.
Opname: Jerome Fischer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18–19 cm. Snavel dik en grijsachtig met een donkere punt. Bovendelen glanzend zwart, de kruin met fijne lichte vlekjes; een witte streep achter het oog. Mannetje: keel en borst wit, met een oranjegele vlek midden op de borst; flanken zwart gestreept met oranjerood. Vrouwtje: als het mannetje, maar met een brede zwarte band over keel en borst.
Verwarringssoorten
De roodkopbaardvogel Eubucco bourcierii is kleiner, groen van boven en heeft geen zwart en wit. De halsbandarassari Pteroglossus torquatus heeft ook een zwarte kop en een gele buik met rood, maar is veel groter, met een lange staart en een grote tweekleurige snavel.
Leefgebied
Kroonlaag en randen van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 1000 m, ook hoog secundair bos en vruchtdragende bomen op open plekken. Eet vruchten en insecten en zoekt, net als de andere baardvogels, ook in dorre bladerpakketten. Nestelt in een holte in een dode boom.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Binnen het gidsgebied alleen in Panama, van het oosten van Veraguas en Coclé (vooral aan de Caribische kant) oostwaarts door Colón, de provincie Panamá en Guna Yala tot Darién. Buiten het gidsgebied alleen in het noordwesten van Colombia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Geregeld gezien in de omgeving van El Valle de Antón in Coclé, langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) en in Darién in Panama. Het loont om in vruchtdragende bomen en bij gemengde troepen in de kroonlaag te zoeken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Vrij algemeen in het grootste deel van zijn kleine verspreidingsgebied.
Wetenschappelijke naam
Capito maculicoronatus | Lawrence, 1861
Lawrence beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Capito werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Capito is Latijn voor 'grootkop', van caput 'kop', naar de grote kop en zware snavel. maculicoronatus is Latijn, van macula 'vlek' en coronatus 'gekroond', naar de gevlekte kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Atlantische kant van de landengte van Panama.



