Alle soorten › Zangvogels › Kardinaalachtigen › Roodkraagkardinaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodkraagkardinaal | Periporphyrus celaeno

Crimson-collared Grosbeak | Picogordo cuello rojo

De roodkraagkardinaal is een forse kardinaal met een zware snavel die alleen in het noordoosten van Mexico voorkomt. Het mannetje is zwart met dof karmijnrood; het vrouwtje is olijfgroen met dezelfde zwarte kop. Hij leeft verscholen in dicht struikgewas en de onderlaag van bos.

Roodkraagkardinaal (Periporphyrus celaeno)
Foto: Alina Martin — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, heldere en welluidende reeks fluitende noten. De roep is een hoog, dun en iets dalend sieeuw.

Luister: ZangXC923830

Opname: Leonardo Guzman Hernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–22 cm. Grote, langstaartige kardinaal met een dikke, kegelvormige zwartachtige snavel. Het mannetje heeft een zwarte kop, keel en bovenborst; de rest van het lichaam is dof karmijnrood, het helderst in een brede kraag rond de nek en op de buik, met zwartachtige vleugels en staart. Het vrouwtje heeft dezelfde zwarte kop en keel, maar is verder olijfgroen, van onderen geliger. Jonge mannetjes lijken op het vrouwtje met rode vlekken.

Verwarrings­soorten

De grijsbuikkardinaal Caryothraustes poliogaster (vooral vanaf het zuiden van Veracruz zuidwaarts) heeft een zwart masker maar een geelgroene kop en rug en een grijze buik, en leeft in groepen in de kronen. De zwartkopsaltator Saltator atriceps is groter, met een witte keel en een olijfgroene rug. Het vrouwtje van de rode kardinaal Cardinalis cardinalis is bruin met een kuif en een rode snavel.

Leefgebied

Dicht struikgewas, de onderlaag van vochtig en halfvochtig bos, bosranden, oeverbos en verwilderde plantages, ook dicht doornstruweel; van zeeniveau tot ongeveer 1200 m. Zoekt laag in de vegetatie en op de grond naar zaden, vruchten en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in het noordoosten van Mexico: van het midden van Nuevo León en Tamaulipas via het oosten van San Luis Potosí en Querétaro tot in Hidalgo, het noorden van Veracruz en het noorden van Puebla. Een zeldzame dwaalgast in het zuiden van Texas.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien in het biosfeerreservaat El Cielo bij Gómez Farías in Tamaulipas, vooral in dicht struikgewas langs bosranden en paden. De hoge, dunne roep verraadt vaak een vogel die zich verscholen houdt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk vrij algemeen binnen een beperkt verspreidingsgebied; gaat achteruit waar bos en struikgewas worden omgezet in weiland en akkers.

Wetenschappelijke naam

Periporphyrus celaeno | (Deppe, 1830) (GBIF: Rhodothraupis celaeno)

Deppe beschreef de soort in 1830 als Tanagra Celaeno; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Periporphyrus werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Periporphyrus is Grieks, van peri 'zeer, rondom' en porphureos 'purperrood', naar het rode verenkleed. celaeno komt van Grieks kelainos 'donker, zwart', naar de zwarte kop en borst; Celaeno is ook een figuur uit de Griekse mythologie (een Pleiade en een harpij). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Papantla, Veracruz, Mexico.