Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Roodkeelcaracara

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae

Roodkeelcaracara | Ibycter americanus

Red-throated Caracara | Caracara comecacao

De roodkeelcaracara is een glanzend zwarte caracara met een witte buik en een kale rode keel en gezicht, die in luidruchtige groepjes door het bladerdak trekt. Hij leeft vooral van de larven van wespen en bijen, waarvoor hij nesten openbreekt, en verder van vruchten en zaden. In het gidsgebied was hij vroeger wijdverbreid van het zuiden van Mexico tot Panama, maar hij is uit het noordelijke deel verdwenen en komt nu vooral nog in Panama voor.

Roodkeelcaracara (Ibycter americanus)
Foto: Aitor — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer luid en hees, een herhaald ka-ka-ka-kaw of ka-ka-ka-ka-kao dat aan het woord cacao doet denken, vaak door de hele groep tegelijk, vooral in de vlucht en bij het verlaten van een zitplaats.

Luister: ZangXC1156099

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

48–56 cm. Glanzend zwart, met een witte buik, witte dijen en witte onderstaartdekveren. Gezicht en keel kaal en rood tot roze-rood. Snavel geelachtig tot grijsgeel, poten rood tot oranjerood. De staart is lang en zwart, de vleugels breed en afgerond. Jonge vogels zijn doffer, met een minder rode, meer geelachtige keel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De kuifcaracara Caracara plancus heeft een zwarte kap, een witte hals, gebandeerde borst en een witte staart, en leeft in open land. De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus en de zwarte arendbuizerd Buteogallus urubitinga zijn helemaal zwart zonder witte buik, en hebben witte banden in de staart en gele poten.

Leefgebied

Hoog, vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, bosranden en bos langs rivieren; in Honduras en Nicaragua ook bosjes en galerijbos in de pijnsavanne. Meestal beneden 1200 m. Leeft in de kronen en vliegt in groepjes van boom naar boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel. Kwam vroeger voor van het zuiden van Mexico (Veracruz, Oaxaca en Chiapas) en Guatemala tot Panama, maar is uit Mexico en Guatemala verdwenen en ook uit het grootste deel van Costa Rica, waar nu nog een kleine populatie op het schiereiland Osa leeft. Kleine, verspreide populaties in het oosten van Honduras (Mosquitia en Olancho) en in het Caribische laagland van Nicaragua. In Panama nog wijdverbreid in bos aan beide kanten, vooral in het midden en oosten van het land. Buiten het gidsgebied in het noorden van Zuid-Amerika tot Bolivia en het zuiden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Panama vaak waargenomen in het Soberanía-park langs het Panamakanaal en in Darién, waar groepjes hun luide roep in het bladerdak laten horen. In Costa Rica geregeld in het Corcovado-park op het schiereiland Osa.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in het gidsgebied sterk achteruitgegaan door ontbossing en de jacht, met verdwijning uit Mexico, Guatemala en het grootste deel van Costa Rica.

Wetenschappelijke naam

Ibycter americanus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Falco americanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ibycter werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Ibycter is Grieks, van ibuktēr 'zanger van strijdliederen' (ibuō 'schreeuwen'), naar de luide, schelle roep. americanus is Nieuwlatijn voor 'Amerikaans', 'van Amerika'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.