Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Geelkopcaracara

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae

Geelkopcaracara | Daptrius chimachima

Yellow-headed Caracara | Caracara chimachima

De geelkopcaracara is een middelgrote, slanke caracara met een roomgele kop en onderdelen en donkerbruine vleugels. Hij zoekt voedsel op de grond en op vee, waarvan hij teken en andere parasieten pikt, en eet verder insecten, aas, kleine dieren en vruchten. In het gidsgebied is hij een standvogel van Panama en Costa Rica, waar hij zich sinds de jaren zeventig met de aanleg van weilanden naar het noorden heeft uitgebreid.

Geelkopcaracara (Daptrius chimachima)
Foto: Supertita — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, hees, langgerekt krriii of kreeeee, vaak herhaald, en een schor shiii; vooral te horen als groepjes elkaar opjagen.

Luister: RoepXC1166862

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–46 cm. Kop, hals en onderdelen effen roomgeel tot lichtbeige, met een smalle zwarte streep achter het oog; kale huid rond het oog geel tot oranje. Rug en vleugels donkerbruin. In de vlucht een lichte vlek aan de basis van de handpennen. De staart is beige met fijne donkere banden en een brede donkere eindband. Snavel lichtblauw tot grijsgeel, poten grijsgroen. Jonge vogels zijn bruin met dichte beige strepen op kop en onderdelen. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De lachvalk Herpetotheres cachinnans heeft een breed zwart masker tot in de nek, een effen donkere rug en een zwart-wit gebandeerde staart, en zit langdurig op een hoge zitpost. De jonge kuifcaracara Caracara plancus is groter, heeft een donkere kap en een zware, lichte snavel. De savannebuizerd Buteogallus meridionalis is roodbruin, met lange poten en een zwarte staart met een witte band.

Leefgebied

Weiland met losse bomen en palmen, savanne, akkers, bosranden, oevers van moerassen en rivieren en de randen van dorpen; vooral in het laagland, tot ongeveer 1500 m. Zit op palen, schuttingen en de ruggen van runderen en loopt veel op de grond.

Verspreiding en trek

Standvogel. In Panama aan beide kanten, vooral in het Pacifische laagland. In Costa Rica sinds de jaren zeventig gevestigd in het zuidelijke Pacifische laagland en sindsdien noordwaarts en naar het Caribische laagland en de Centrale Vallei uitgebreid. Verder naar het noorden alleen dwaalgasten. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Komt geregeld voor in de weilanden langs de Pan-Americana in het Pacifische laagland van Panama en in het zuiden van Costa Rica, vaak zittend op een paal of op de rug van een koe.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Neemt toe en breidt zich uit doordat bos plaatsmaakt voor weiland.

Wetenschappelijke naam

Daptrius chimachima | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Polyborus chimachima; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Daptrius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Daptrius is Grieks, van daptēs 'verslinder, eter', van daptō 'verslinden'. chimachima is een klanknabootsende lokale naam uit Paraguay en Argentinië, door Félix de Azara opgetekend en door Vieillot overgenomen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.