Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Roodbruine dwerglijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodbruine dwerglijster | Catharus occidentalis

Russet Nightingale-Thrush | Zorzal mexicano

De roodbruine dwerglijster is een warm roodbruine dwerglijster die alleen in de bergen van Mexico voorkomt, in pijn-eikenbos en naaldbos. Hij leeft verborgen in de struiklaag en op de bosbodem en wordt vooral opgemerkt door zijn zang en roep.

Roodbruine dwerglijster (Catharus occidentalis)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, gevarieerde reeks heldere en iets nasale fluittonen, vaak met een stijgend of dalend slot, die met tussenpozen wordt herhaald. Roept met een nasaal, klagend reeh en een droog tsjuk.

Luister: ZangXC925975

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm. Bovendelen, vleugels en staart egaal warm roodbruin; de kruin steekt niet af tegen de rug. Wangen grijsachtig met een vage lichte oogring. Keel witachtig, borst okerkleurig tot grijsachtig met vage, wazige donkere vlekken, flanken grijsbruin, buik witachtig. Bovensnavel donker, ondersnavel geelachtig met een donkere punt; poten licht roze-bruin. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bergdwerglijster Catharus frantzii, die in een deel van het gebied voorkomt, heeft een roodbruine kruin die afsteekt tegen een olijfbruinere rug en een effen grijze borst zonder vlekken. De heremietlijster Catharus guttatus, in de winter in dezelfde bossen, is olijfbruiner met een roodbruine staart, een duidelijke witte oogring en scherpe zwarte borstvlekken. De geelbekdwerglijster Catharus aurantiirostris heeft een geheel oranje snavel en oranje poten.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig en halfvochtig pijn-eikenbos, eikenbos en hooggelegen naaldbos met dichte struiken, ook ravijnen en de vochtiger randen van nevelwoud; meestal tussen 1500 en 3500 m. Zoekt op de bosbodem naar insecten en eet ook kleine vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in het gidsgebied en alleen in Mexico: de Sierra Madre Occidental vanaf het zuidwesten van Chihuahua en het oosten van Sonora, de Sierra Madre Oriental vanaf Nuevo León en Tamaulipas, het Transmexicaanse Vulkanische Gebergte en de bergen van Guerrero en Oaxaca.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de bergen rond Mexico-Stad en in de pijn-eikenbossen van Durango en Jalisco geregeld te horen. Bij zonsopkomst en in de schemering is hij het meest actief en zingt dan vanaf een lage, verborgen zitplaats.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid in de Mexicaanse bergbossen. Houtkap en bosbranden tasten plaatselijk de dichte struiklaag aan waarvan de soort afhankelijk is.

Wetenschappelijke naam

Catharus occidentalis | Sclater, 1859

Sclater beschreef de soort in 1859 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. occidentalis is Latijn voor 'westelijk'; de soort leeft in het westen van het verspreidingsgebied van de dwerglijsters. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Totontepec, Oaxaca, Mexico.