Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bergdwerglijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bergdwerglijster | Catharus frantzii

Ruddy-capped Nightingale-Thrush | Zorzal de Frantzius

De bergdwerglijster is een bruine en grijze dwerglijster van de ondergroei van bergbos, van het midden van Mexico tot het westen van Panama. Kenmerkend zijn de warm roodbruine kruin en de tweekleurige snavel met een oranje ondersnavel. Hij is meestal eerder te horen dan te zien.

Bergdwerglijster (Catharus frantzii)
Foto: Don Faulkner — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit gevarieerde, heldere fluitfrasen, vaak met een rollend of trillend slot, die met korte pauzes worden afgewisseld; per streek verschillend. Roept met een nasaal, klagend njèè en een droog tikje.

Luister: ZangXC803827

Opname: Jessica Thompson Ambriz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm. Kruin en achterhoofd warm roodbruin, overgaand in een olijfbruine rug, vleugels en staart. Wangen en zijkant van de hals grijs; keel lichtgrijs tot witachtig, borst en flanken effen grijs, buik witachtig. Bovensnavel donker, ondersnavel oranjegeel; poten licht roze- tot geelbruin. Geen opvallende oogring. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner met lichte en donkere vlekjes.

Verwarrings­soorten

De roodbruine dwerglijster Catharus occidentalis (alleen in Mexico) is egaler roodbruin zonder afstekende kruin en heeft een okerkleurige borst met vage donkere vlekken. De grijskeeldwerglijster Catharus gracilirostris (Costa Rica en Panama) heeft een geheel zwarte snavel en leeft meestal hoger. De geelbekdwerglijster Catharus aurantiirostris heeft een geheel oranje snavel, oranje poten en een oranje oogring, en de zwartkopdwerglijster Catharus mexicanus heeft een zwarte kap en een oranje oogring.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig bergbos, nevelwoud en pijn-eikenbos met dichte struiklaag, ook ravijnen, bosranden en oud secundair bos; meestal tussen 1350 en 3000 m. Zoekt op en vlak boven de grond naar insecten, spinnen en kleine vruchten, vaak in de dekking van dichte vegetatie.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in het gidsgebied: in Mexico in de bergen van Jalisco en Michoacán, het Transmexicaanse Vulkanische Gebergte, de Sierra Madre Oriental vanaf Hidalgo en de bergen van Guerrero, Oaxaca en Chiapas; verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua, en in Costa Rica en het westen van Panama (Chiriquí).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica en Panama geregeld te vinden langs bospaden in de omgeving van San Gerardo de Dota, Monteverde en Boquete. Bij zonsopkomst laat hij zich soms even op een pad of bosrand zien; verder het best op te sporen aan de zang uit de struiklaag.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en plaatselijk algemeen in bergbos. Kap van bergbos en omzetting in weiland of akkers doen populaties plaatselijk afnemen.

Wetenschappelijke naam

Catharus frantzii | Cabanis, 1861

Cabanis beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. frantzii eert de Duitse arts en natuuronderzoeker Alexander von Frantzius (1821–1877), die van 1853 tot 1868 in Costa Rica werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Irazú-vulkaan, Costa Rica.