Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Pauwkalkoen
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Pauwkalkoen | Meleagris ocellata
Ocellated Turkey | Guajolote ocelado
De pauwkalkoen is een kalkoen van het schiereiland Yucatán en de aangrenzende laaglanden, en komt buiten het gidsgebied niet voor. Hij is kleiner en slanker dan de wilde kalkoen, met een blauwe kop vol oranje wratjes en een staart met oogvlekken die aan een pauw doen denken. In beschermde gebieden zonder jacht, zoals rond de Mayaruïnes van Tikal en Calakmul, is hij vaak weinig schuw.
Geluid
Het mannetje laat in de balts een reeks lage, holle tonen horen die versnellen en overgaan in een hoog, borrelend gekoller, poem-poem-poem-pom-pom-pidi-gloglo, zachter en hoger dan het kolleren van de wilde kalkoen. Het vrouwtje roept een zacht, tokkend tok.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
70–100 cm; het mannetje is duidelijk groter dan het vrouwtje. Het verenkleed van het lijf is glanzend bronsgroen, op rug en borst met zwarte en koperkleurige bandjes, zodat het geschubd lijkt. De kale kop en hals zijn helderblauw met oranjerode wratjes rond oog en kruin; het mannetje heeft boven op de kop een vlezige blauwe knobbel met geeloranje wratjes, die in de balts zwelt. De grote vleugeldekveren zijn koperbrons en de armpennen wit gerand, wat in rust een witte vlek op de vleugel geeft. De staart is blauwgrijs met grote blauwbronzen oogvlekken en een goudkleurige rand. De poten zijn roze tot rood; het mannetje draagt lange sporen. Een baard van haarveren op de borst, zoals bij de wilde kalkoen, ontbreekt.
Verwarringssoorten
Tamme kalkoenen, afstammelingen van de wilde kalkoen Meleagris gallopavo, lopen in dorpen in hetzelfde gebied rond; ze zijn zwaarder, hebben een rode keellel, een borstbaard en geen oogvlekken op de staart. De bruine hokko Crax rubra is egaal zwart of roodbruin met een krullende kuif. Het kuifsjakohoen Penelope purpurascens is olijfbruin met een rode keellap en leeft vooral in de bomen.
Leefgebied
Halfgroenblijvend en seizoensbos van het laagland, bosranden, open plekken en verlaten akkers in het bos, van zeeniveau tot ongeveer 300 m. Zoekt in groepjes op de grond naar zaden, vruchten, bladeren en insecten, ook op milpa's en graslandjes aan de bosrand, en slaapt hoog in bomen. Het nest is een kuiltje op de bosbodem met 8 tot 15 eieren; de broedtijd valt van maart tot juni.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Het schiereiland Yucatán in de Mexicaanse staten Campeche, Yucatán en Quintana Roo, verder het oosten van Tabasco en het noordoosten van Chiapas, het noorden van Guatemala (vooral Petén) en Belize. De soort komt alleen in dit deel van het gidsgebied voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bij de ruïnes van Tikal in Guatemala en Calakmul in Campeche lopen groepjes vaak open over gazons en paden en laten ze zich van dichtbij zien, vooral vroeg in de ochtend en laat in de middag. In de balts, van februari tot april, zetten mannetjes daar de staart als een waaier op.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De soort gaat achteruit door jacht voor vlees en het verdwijnen van bos voor landbouw en veeteelt. In grote beschermde gebieden als Calakmul, de Maya-biosfeerreserve in Petén en Rio Bravo in Belize zijn de aantallen stabiel tot vrij hoog.
Wetenschappelijke naam
Meleagris ocellata | Cuvier, GLCFD, 1820
Cuvier, GLCFD beschreef de soort in 1820 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Meleagris werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Meleagris is het Griekse woord voor 'parelhoen', door Linnaeus op de kalkoen overgedragen. ocellata is Latijn voor 'met oogvlekken', van ocellus 'oogje', naar de blauwbronzen oogvlekken op de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Golf van Honduras.



