Alle soorten › Duikers › Duikers › Pacifische parelduiker
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Pacifische parelduiker | Gavia pacifica
Pacific Loon | Colimbo del Pacífico
De pacifische parelduiker is de talrijkste duiker in het gidsgebied. Hij broedt op meren van de toendra van Alaska, Canada en Oost-Siberië en overwintert in grote aantallen op zee langs de westkust van Noord-Amerika. In het gidsgebied is hij een geregelde wintergast voor Baja California en in de Golf van Californië, soms in groepen van honderden vogels.
Geluid
In de winter vrijwel stil. Op de broedplaats een klagend, stijgend gehuil, een raspend, kraaiachtig gekras en een ritmisch, kakelend kow-a-kow.
Opname: Logan McLeod — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
58–74 cm. Een middelgrote duiker met een ronde, gladde kop, een vrij dunne, rechte snavel die horizontaal wordt gehouden, en een duidelijk afgegrensde hals. In het winterkleed zijn kruin, achterhals en bovenzijde donker grijsbruin, de achterhals iets lichter dan de rug; de grens met de witte keel en voorhals is scherp en recht, en het oog ligt in het donker. Vaak is een dunne, donkere kinband te zien, en op de flank ontbreekt een witte vlek. In het broedkleed is de kop zilvergrijs, de keel paars tot groenglanzend zwart, de halszijde wit gestreept en de rug zwart met witte vlekken in blokken. Jonge vogels hebben een geschubde rug.
Verwarringssoorten
De ijsduiker Gavia immer is groter, met een hoekige kop, een zware snavel, wit rond het oog en een witte inham in de halszijde. De roodkeelduiker Gavia stellata is slanker, met een dunne, omhooggehouden snavel, meer wit in het gezicht en een gestippelde rug. De parelduiker Gavia arctica, elders in de Stille Oceaan een wintergast en in het gidsgebied hooguit een dwaalgast, is groter en toont een witte vlek op de achterflank boven de waterlijn.
Leefgebied
Kustwateren, baaien en het continentaal plat, vaak verder uit de kust dan de andere duikers; ook in zeestraten en bij landtongen waar sterke stromingen voedsel samenbrengen. Duikt naar scholen kleine vis. Trekt in lange rijen dicht boven het water langs de kust.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Langs de hele Pacifische kust van Baja California en Baja California Sur en in de Golf van Californië, langs Baja California en Sonora; verder zuidelijk tot Sinaloa zeldzaam. Een enkele vogel in het binnenland van het noorden van Mexico. Buiten het gidsgebied broedt de soort op de toendra van Alaska, het noorden van Canada en het oosten van Siberië, en overwintert zij langs de kusten van de noordelijke Stille Oceaan, van Alaska tot Californië en van Kamtsjatka tot Japan.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vanaf kapen en landtongen langs de kust van Baja California zijn in de winter en tijdens de voorjaarstrek in maart en april rijen trekkende vogels te zien. Op zee helpen de gladde, ronde kop, de horizontaal gehouden snavel en de scherpe, rechte grens op de hals.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Bijvangst in staande netten en olievervuiling in de overwinteringsgebieden zijn de belangrijkste bedreigingen. In het gidsgebied een geregelde wintergast.
Wetenschappelijke naam
Gavia pacifica | (Lawrence, 1858)
Lawrence beschreef de soort in 1858 als Colymbus pacificus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gavia werd in 1788 ingevoerd door Forster. Gavia is het Latijnse woord voor een niet nader bepaalde zeevogel. pacifica verwijst naar de Stille Oceaan, waar de soort overwintert; het Latijnse woord betekent 'vreedzaam'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Diego in Californië.


