Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Pacifische orpheuswinterkoning
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Pacifische orpheuswinterkoning | Cyphorhinus phaeocephalus
Song Wren | Cucarachero canoro
De pacifische orpheuswinterkoning is een gedrongen, donkerbruine winterkoning met een roodbruine keel en borst en een kale, lichtblauwe huid rond het oog. Groepjes zoeken over de bosbodem van vochtig laaglandbos en laten een opmerkelijke mengeling van heldere fluittonen en keelklanken horen.
Geluid
Een reeks heldere, fluitende tonen op wisselende hoogte, afgewisseld met lage, rauwe kloktonen en ratels; de combinatie is kenmerkend. Groepjes laten tijdens het foerageren ook harde, rauwe roepen horen.
Opname: William Adsett — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm. Bovendelen donker roodbruin, kruin donkerder bruin; vleugels en korte staart met zwarte banden. Rond het oog een kale, lichtblauwe huid. Keel, wangen en borst helder roodbruin, buik en flanken donkerbruin. Snavel vrij zwaar, met een opvallende rug op de bovensnavel. Mannetje en vrouwtje gelijk.
Verwarringssoorten
De witborstboswinterkoning Henicorhina leucosticta is kleiner, met een gestreepte kop en een witte borst. De kastanjewinterkoning Cantorchilus nigricapillus heeft een zwarte kop met wit in het gezicht en zoekt hoger in de ondergroei. De nachtegaalwinterkoningen Microcerculus missen de blauwe oogring en de roodbruine borst.
Leefgebied
Bodem en lage ondergroei van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, vooral in het binnenste van het bos, soms in oud secundair bos. Groepjes of paren draaien bladeren om op zoek naar insecten en andere ongewervelden en volgen soms trekmierenzwermen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Caribische kant van Honduras, Nicaragua en Costa Rica en een groot deel van Panama. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Geregeld te horen bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Let op de mengeling van fluittonen en keelklanken uit de ondergroei; groepjes trekken langzaam over de bosbodem.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Afhankelijk van gesloten bos en gevoelig voor ontbossing, maar in grotere bosgebieden algemeen.
Wetenschappelijke naam
Cyphorhinus phaeocephalus | Sclater, 1860
Sclater beschreef de soort in 1860 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cyphorhinus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Cyphorhinus is Grieks, van kuphos 'bult' en rhis 'neus', naar de bolle, gewelfde snavelrug. phaeocephalus is Grieks, van phaios 'donker, schemerig' en kephalē 'kop', naar de donkerbruine kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Esmeraldas, Ecuador.


