Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Grijze boswinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijze boswinterkoning | Henicorhina leucophrys

Grey-breasted Wood Wren | Chivirín pecho gris

De grijze boswinterkoning is een kleine, gedrongen winterkoning van bergbos, met een zeer korte staart, een zwart-wit gestreepte kop en een grijze borst. Hij leeft in de dichte ondergroei van nevelwoud en is daar een van de meest gehoorde vogels.

Grijze boswinterkoning (Henicorhina leucophrys)
Foto: Cephas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, rijke en gevarieerde reeks heldere fluitfrasen, vaak in duet; in bergbos bijna overal te horen. Roep een droog tikje en een harde ratel.

Luister: ZangXC1181995

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Staart zeer kort, vaak opgestoken. Kruin bruin tot donkerbruin, witte wenkbrauwstreep, wangen zwart-wit gestreept. Keel wit met fijne zwarte streepjes, borst en buik grijs, flanken en onderbuik bruin. Rug kastanjebruin, vleugels en staart met smalle zwarte banden. Poten vrij lang. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De witborstboswinterkoning Henicorhina leucosticta heeft een helder witte borst en leeft lager, vooral in laagland- en voetheuvelbos. De nachtegaalwinterkoningen Microcerculus missen de gestreepte kop. De panamese bergwinterkoning Troglodytes ochraceus en de roodbrauwwinterkoning Troglodytes rufociliatus hebben een oker of roodbruine wenkbrauwstreep en een langere staart en zoeken vooral tussen mossen en epifyten hogerop.

Leefgebied

Dichte ondergroei, bamboe en ruigte in vochtig bergbos en nevelwoud, ook bosranden en open plekken met struikgewas, van de hogere voetheuvels tot vlak onder de boomgrens. Zoekt op en vlak boven de grond naar insecten en spinnen.

Verspreiding en trek

Bergen van Mexico, vanaf het westen en midden van het land zuidwaarts, door de hooglanden van Midden-Amerika tot het westen van Panama, met verspreide populaties in het oosten van Panama. Buiten het gidsgebied in de Andes van Venezuela tot Bolivia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in nevelwoud bij Monteverde en in de Talamanca-bergen van Costa Rica, en in het hoogland van Chiriquí in Panama. Volg de luide zang en wacht bij dichte ondergroei.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en algemeen in bergbos; verdraagt bosranden en secundaire begroeiing.

Wetenschappelijke naam

Henicorhina leucophrys | (Tschudi, 1844)

Tschudi beschreef de soort in 1844 als Troglodytes leucophrys; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Henicorhina werd in 1868 ingevoerd door Sclater & Salvin. Henicorhina is Grieks, van henikos 'enkelvoudig, uniek' en rhis, rhinos 'neusgaten'; een vervangingsnaam voor het al bezette Heterorhina ('andere neusgaten'). leucophrys is Grieks, van leukos 'wit' en ophrus 'wenkbrauw', naar de witte wenkbrauwstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Peru (niet nader bepaald).