Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Noordelijke struikvliegenpikker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Noordelijke struikvliegenpikker | Sublegatus arenarum

Northern Scrub Flycatcher | Mosquero matorralero norteño

De noordelijke struikvliegenpikker is een kleine, grijsbruine tiran met een opvallend korte, zwarte snavel, die leeft in mangrove en droog kuststruweel. In het gidsgebied komt hij alleen voor langs de Pacifische kust van Costa Rica en Panama.

Noordelijke struikvliegenpikker (Sublegatus arenarum)
Foto: Mabelin — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een zacht, klaaglijk gefloten piieeuw en korte, ijle roeptonen; vaak stil.

Luister: RoepXC1032956

Opname: Gean Carlo Valdés — CC0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14 cm, met een korte, stompe, geheel zwarte snavel. Bovendelen grijsbruin. Boven de teugel een korte, witachtige streep en een smalle lichte oogring. Vleugels donker met twee vale, witachtige vleugelstrepen. Keel en borst grijs, buik bleekgeel. Staart vrij lang en donker. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De muisgrijze vliegenpikker Nesotriccus murinus is kleiner en vaal grijsbruin, met een lichte basis van de ondersnavel, okerbeige vleugelstrepen en vrijwel geen geel op de buik. De kleine elenia Elaenia chiriquensis en de geelbuikelenia Elaenia flavogaster hebben een langere snavel met een lichte basis en een witte kruinvlek; de geelbuikelenia heeft bovendien een duidelijke kuif. Feetirannen van het geslacht Empidonax hebben een bredere snavel met een lichte ondersnavel.

Leefgebied

Mangrove en de randen ervan, droog kuststruweel en open droogbos in het laagland, dicht bij de kust. Zit vrij rechtop in het midden van struiken en lage bomen en vangt insecten met korte uitvallen, vaak tussen het blad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied langs de Pacifische kust van Costa Rica (vooral rond de Golf van Nicoya) en van Panama, ook op de Pareleilanden. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en Venezuela, op de eilanden voor de Venezolaanse kust en in de Guyana's.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kans in de mangrove rond de Golf van Nicoya in Costa Rica en langs de Pacifische kust van Panama. Let op de korte, stompe zwarte snavel en het grijs van keel en borst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk en weinig opvallend; afhankelijk van het behoud van mangrove.

Wetenschappelijke naam

Sublegatus arenarum | (Salvin, 1863)

Salvin beschreef de soort in 1863 als Elainea arenarum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sublegatus werd in 1868 ingevoerd door Sclater & Salvin. Sublegatus is Latijn sub 'nabij' plus het geslacht Legatus (piratentiran): 'verwant aan Legatus'. arenarum is Latijn voor 'van de zanden', naar de typelocatie Punta Arenas in Costa Rica. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Punta Arenas, Costa Rica.