Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Langstaarttiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Langstaarttiran | Colonia colonus

Long-tailed Tyrant | Tirano colilargo

De langstaarttiran is een kleine, zwarte tiran met een lichte kop en twee sterk verlengde middelste staartpennen. Paartjes zitten vaak op de top van een kale, dode boom aan een bosrand of open plek. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Langstaarttiran (Colonia colonus)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, oplopend gefloten swiie, vaak een paar keer herhaald, en zachte, korte roeptonen.

Luister: ZangXC857529

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13 cm zonder de verlengde middelste staartpennen, die bij het mannetje ongeveer 10 cm voorbij de rest van de staart uitsteken; bij het vrouwtje zijn ze korter. Grotendeels roetzwart. Voorhoofd en wenkbrauwstreep wit, kruin en achterhoofd grijs tot grijswit. In Midden-Amerika een witachtige streep midden over de rug, die vaak slecht te zien is. Snavel kort en zwart.

Verwarrings­soorten

Door de combinatie van zwart verenkleed, lichte kop en lange middelste staartpennen vrijwel niet te verwarren. Jonge vogels en vogels in de rui met een korte staart zijn te herkennen aan het zwarte verenkleed met de lichte kop en de zitplaats hoog op een dode tak.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, kapvlakten met staande dode bomen, rivieroevers en weiland dat aan bos grenst. Vangt vliegende insecten met uitvallen vanaf een hoge, kale tak en keert vaak naar dezelfde zitplaats terug. Nestelt in oude spechtenholen of andere boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Honduras, Nicaragua en Costa Rica, tot in de voetheuvels; in Panama op beide hellingen, aan de Pacifische kant vooral in het oosten. Buiten het gidsgebied wijd verspreid in Zuid-Amerika, tot in het noordoosten van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek de toppen van kale, dode bomen langs bosranden en kapvlakten af; de vogels zitten daar vaak lang op dezelfde plek, meestal met zijn tweeën.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in geschikt terrein; profiteert plaatselijk van open plekken met dode bomen, maar heeft bos in de buurt nodig.

Wetenschappelijke naam

Colonia colonus | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Muscicapa colonus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colonia werd in 1828 ingevoerd door Gray. Colonia is ontleend aan 'El Colon', de naam die de Spaanse kolonisten in Paraguay aan deze vogel gaven en die Félix de Azara in 1805 vastlegde. colonus is Latijn voor 'boer, kolonist', naar 'El Colon', de naam die Spaanse kolonisten in Paraguay en Argentinië aan de vogel gaven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.