Alle soorten › Zangvogels › Bekardes en tityra's › Noordelijke schiffornis

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Noordelijke schiffornis | Schiffornis veraepacis

Northern Schiffornis | Llorón café

De noordelijke schiffornis is een egaal olijfbruine vogel van de ondergroei van vochtig bos, die vaker gehoord dan gezien wordt. Met zijn grote donkere ogen en ronde kop lijkt hij op een grote manakin of een kleine lijster. De soort werd vroeger samen met de roestvleugelschiffornis en enkele Zuid-Amerikaanse vormen als één soort beschouwd. In het gidsgebied leeft hij van het zuidoosten van Mexico tot Panama.

Noordelijke schiffornis (Schiffornis veraepacis)
Foto: Andres Cuervo — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, gefloten motief van drie of vier tonen, waarvan de eerste lang aangehouden wordt, bijvoorbeeld tuuu-wii-tuwit; vaak herhaald, ook midden op de dag. De zang verschilt per gebied iets van vorm.

Luister: ZangXC1184628

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Geheel olijfbruin, op de vleugels en staart iets roodbruiner, op de keel en buik iets grijzer en lichter. Groot donker oog, vaak met een smalle lichte oogring. Vrij korte, donkere snavel en een ronde kop. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk. Zit rechtop en vaak lang stil op een lage tak.

Verwarrings­soorten

De roestvleugelschiffornis Schiffornis stenorhyncha in het midden en oosten van Panama is nauwelijks te onderscheiden en wordt vooral op verspreiding en zang herkend; hij heeft een iets roestkleuriger vleugel. Vrouwtjes van manakins zijn kleiner en groener. De okerbuikpipratiran Mionectes oleagineus is kleiner, met een okerkleurige buik en een smalle snavel. Lijsters zoals de dwerglijster Catharus ustulatus hebben gevlekte borsten.

Leefgebied

Ondergroei en lage lagen van vochtig laagland- en voetheuvelbos en halfaltijdgroen bos, ook hoog secundair bos, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Eet insecten en kleine vruchten. Bouwt een komvormig nest laag in een holle stam, tussen wortels of in een epifyt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zuidoosten van Mexico, waaronder het schiereiland Yucatán, door Guatemala, Belize, Honduras, Nicaragua en Costa Rica naar Panama. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister in schaduwrijk bos naar het heldere, aangehouden fluitje. De vogel zit vaak roerloos op een lage tak of liaan en is dan alleen met geduld te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in vochtig bos, maar onopvallend; gaat achteruit waar het bos verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Schiffornis veraepacis | (Sclater & Salvin, 1860) (GBIF: Schiffornis turdina)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1860 als Heteropelma verae-pacis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Schiffornis werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Schiffornis eert de Duitse fysioloog en zoöloog Moritz Schiff (1823–1896), met Grieks ornis 'vogel'. veraepacis verwijst naar Verapaz in Guatemala (Latijn verus 'waar', pax 'vrede'), waar de soort werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Choctum, Verapaz, Guatemala.