Alle soorten › Reuzennachtzwaluwachtigen › Reuzennachtzwaluwen › Noordelijke reuzennachtzwaluw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Noordelijke reuzennachtzwaluw | Nyctibius jamaicensis
Northern Potoo | Nictibio norteño
De noordelijke reuzennachtzwaluw is de reuzennachtzwaluw van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Hij werd lang als ondersoort van de grijze reuzennachtzwaluw beschouwd, maar wordt sinds de jaren negentig meestal als aparte soort behandeld, vooral op grond van de heel andere stem. Overdag zit hij roerloos rechtop op een afgebroken tak of paal en valt dan nauwelijks op tussen het hout. In het gidsgebied is hij een standvogel van het laagland, van het westen en oosten van Mexico tot in het noordwesten van Costa Rica.
Geluid
Een rauw, kwakend kwaaah, kwa-kwa-kwa of waa, wa-wa, hees en keelachtig, heel anders dan de klagende fluittonen van de grijze reuzennachtzwaluw. Daarnaast nadrukkelijke, blafachtige alarmroepen. Zingt 's nachts, vooral bij maanlicht.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–46 cm. Iets groter en zwaarder dan de grijze reuzennachtzwaluw, met een grote kop, een klein snaveltje met een zeer brede bek, lange, puntige vleugels, een lange staart en zeer korte poten. Het verenkleed is grijsbruin met een ingewikkeld patroon van zwarte, grijze en crèmekleurige vlekken en strepen, met een rij zwarte vlekken over de borst; de wangen zijn licht met een donkere baardstreep eronder. De ogen zijn groot en geel en lichten 's nachts in een lamp oranjerood op. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De grijze reuzennachtzwaluw Nyctibius griseus, die vanaf het zuidoosten van Nicaragua en in het grootste deel van Costa Rica voorkomt, is in het veld nauwelijks te onderscheiden: iets kleiner, met een fluitende, dalende zang in plaats van een rauwe, kwakende roep. De vale reuzennachtzwaluw Nyctibius grandis is veel groter en bleker, met donkere ogen, en leeft in vochtig laaglandbos. Nachtzwaluwen, zoals de pauraque Nyctidromus albicollis en de Yucatánnachtzwaluw Antrostomus badius, zijn kleiner en rusten liggend op de grond of in de lengte op een tak. Uilen hebben een gezichtssluier en een gehaakte snavel.
Leefgebied
Vooral het laagland en de lagere heuvels tot ongeveer 1500 m: droogbos en halfgroenblijvend bos, bosranden, galerijbos, savanne en weiden met verspreide bomen, open cultuurland met palen en dode stammen en de randen van mangrove. Jaagt 's nachts vanaf een vaste uitkijkpost op grote vliegende insecten en keert daarna terug naar dezelfde zitplaats. Legt één ei zonder nestmateriaal in een kuiltje bovenop een afgebroken tak of stomp; beide ouders broeden en voeren het jong.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In Mexico aan de Pacifische kant van Sinaloa zuidelijk tot Chiapas, en aan de Golfkant van het zuiden van Tamaulipas over Veracruz en Tabasco tot het schiereiland Yucatán. Verder in Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua, en in het noordwesten van Costa Rica, vooral in het droge laagland van Guanacaste en het noorden van Puntarenas. Een enkele melding uit Panama is niet onderbouwd. Buiten het gidsgebied op Jamaica en Hispaniola.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste te vinden in heldere nachten, door op de rauwe roep te letten en de vogel vervolgens met een lamp aan de oplichtende ogen op een paal of tak langs een weg of bosrand op te sporen. Kansrijk zijn onder meer het droge laagland van Guanacaste in Costa Rica, het noorden van Belize en de bossen van het schiereiland Yucatán. Een lamp hoort spaarzaam gebruikt te worden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en verdraagt halfopen en bewerkt land met bomen.
Wetenschappelijke naam
Nyctibius jamaicensis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Caprimulgus jamaicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nyctibius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Nyctibius is Grieks, van nux, nuktos 'nacht' en bios 'leven': 'die 's nachts leeft', naar de nachtelijke leefwijze. jamaicensis betekent 'uit Jamaica', waar het typeexemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.





