Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Mexicaanse violetoorkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Mexicaanse violetoorkolibrie | Colibri thalassinus

Mexican Violetear | Colibrí oreja violeta mexicano

De mexicaanse violetoorkolibrie is een groene kolibrie van de bergbossen en open hooglanden van Mexico tot Nicaragua. Tot 2016 werd hij met de kleine violetoorkolibrie van Costa Rica, Panama en de Andes als één soort beschouwd. De mannetjes zingen vanaf een hoge, open tak urenlang een eentonig, ritmisch liedje. Na het broeden zwerven veel vogels naar lagere hellingen, en losse vogels dwalen geregeld af tot ver in de Verenigde Staten en Canada.

Mexicaanse violetoorkolibrie (Colibri thalassinus)
Foto: charliemancera — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Het mannetje zingt vanaf een open zitplaats eindeloos een droog, ritmisch tsjip-tsirr, tsjip-tsirr, vaak van zonsopgang tot ver in de dag. De roep is een droog tsjit.

Luister: ZangXC956901

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een rechte, middellange zwarte snavel. Het verenkleed is glanzend groen, met een paarsblauwe oorvlek die van onder het oog naar achteren loopt en een paarsblauwe vlek midden op de borst. De keel is glanzend groen. De staart is blauwgroen, met een brede donkere band voor de top. Het vrouwtje is iets doffer, met kleinere paarsblauwe vlekken. Jonge vogels zijn doffer en hebben bruingele randen aan de veren van kruin en stuit.

Verwarrings­soorten

De kleine violetoorkolibrie Colibri cyanotus komt alleen in Costa Rica en Panama voor; hij is kleiner, heeft een smallere oorvlek en mist de paarsblauwe borstvlek. De bruine violetoorkolibrie Colibri delphinae is grijsbruin. Vrouwtjes van juweelkolibries, zoals de groene juweelkolibrie Lampornis amethystinus, hebben een donker oorvlak met een witte streep erachter en een lichtere onderkant. De witoorsaffierkolibrie Basilinna leucotis heeft een brede witte streep achter het oog en een rode snavel.

Leefgebied

Randen en open plekken in pijn-eikenbos, nevelwoud en eikenbos, bergweiden met struiken, ruigten, tuinen en schaduwkoffie, meestal tussen ongeveer 1000 en 3000 m. Na de broedtijd ook lager, tot in het heuvelland en plaatselijk bijna tot zeeniveau. Zoekt nectar in bloeiende struiken en kruiden, zoals Salvia, en vangt kleine insecten in de lucht.

Verspreiding en trek

In de bergen van Mexico, van de Sierra Madre Occidental in Sinaloa, Durango en Chihuahua en de Sierra Madre Oriental via de Neovolcanische As en de Sierra Madre del Sur tot Chiapas, en verder door de hooglanden van Guatemala, El Salvador en Honduras tot het noorden van Nicaragua. In het noorden van Mexico vooral in het broedseizoen aanwezig; in de winter vaker op lagere hellingen aan de Pacifische en de Golfkant. Buiten het gidsgebied als dwaalgast in de Verenigde Staten en Canada.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op open plekken en bosranden in de hooglanden, waar een zingend mannetje vaak dagenlang dezelfde kale tak gebruikt. Het eentonige liedje is meestal eerder te horen dan de vogel te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in de hooglanden van Mexico en noordelijk Midden-Amerika algemeen en profiteert van open plekken en tuinen. Hij is weinig gevoelig voor kap zolang struiken en bloeiende ruigten blijven bestaan.

Wetenschappelijke naam

Colibri thalassinus | (Swainson, 1827)

Swainson beschreef de soort in 1827 als Trochilus thalassinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colibri werd in 1824 ingevoerd door Spix. Colibri is de Spaanse en Franse naam voor een kolibrie, vermoedelijk ontleend aan een woord uit een Caribische (Cariben-)taal. thalassinus is Latijn (uit het Grieks thalassa 'zee') voor 'zeegroen', naar het groene verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, staat México, Mexico.