Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Kleine violetoorkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Kleine violetoorkolibrie | Colibri cyanotus
Lesser Violetear | Colibrí oreja violeta menor
De kleine violetoorkolibrie is de groene violetoorkolibrie van de bergen van Costa Rica en Panama, die verder zuidelijk door de Andes voorkomt. Tot 2016 werd hij met de mexicaanse violetoorkolibrie als één soort beschouwd. In de hooglanden van Costa Rica is hij een van de gewoonste kolibries van bosranden, weiden en tuinen, waar de mannetjes urenlang zingen vanaf een kale tak.
Geluid
Het mannetje zingt vanaf een open zitplaats een eindeloos herhaald, droog en ritmisch tsjip-tsup, tsjip-tsup. De roep is een droog tsjit.
Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
9–10 cm, met een rechte, middellange zwarte snavel. Het verenkleed is glanzend groen, met een smalle paarsblauwe oorvlek achter het oog. De borst is groen, zonder of met hooguit een vage blauwe vlek. De staart is blauwgroen, met een brede donkere band voor de top. Het vrouwtje is iets doffer, met een kleinere oorvlek. Jonge vogels hebben bruingele randen aan de veren van kruin en stuit.
Verwarringssoorten
De mexicaanse violetoorkolibrie Colibri thalassinus komt niet in Costa Rica en Panama voor; hij is groter, heeft een bredere oorvlek en een paarsblauwe borstvlek. De bruine violetoorkolibrie Colibri delphinae is grijsbruin. De irazúkolibrie Panterpe insignis is donkerder, met een blauwe borst en een veelkleurige keel. De talamancakolibrie Eugenes spectabilis en de groenkruinbriljantkolibrie Heliodoxa jacula zijn groter, met een witte vlek achter het oog.
Leefgebied
Randen en open plekken van bergregenwoud en eikenbos, weiden met struiken en verspreide bomen, ruigten, tuinen en schaduwkoffie, meestal tussen ongeveer 1000 en 3000 m, in de Talamanca tot boven de boomgrens. Na de broedtijd zakken veel vogels af naar lagere hellingen. Zoekt nectar in bloeiende struiken en kruiden en vangt kleine insecten in de lucht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied in de bergen van Costa Rica, van de Cordillera de Guanacaste en Tilarán via de Cordillera Central tot de Talamanca, en in het westen van Panama in Chiriquí, Bocas del Toro, Ngäbe-Buglé en Veraguas. Buiten het gidsgebied in de bergen van Venezuela en via de Andes van Colombia, Ecuador en Peru tot Bolivia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op bosranden en in tuinen in de hooglanden van Costa Rica, zoals rond Monteverde, op de hellingen van de vulkanen van de Cordillera Central en langs de Cerro de la Muerte. Een zingend mannetje is vaak eerst aan het eentonige liedje te herkennen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is in de bergen van Costa Rica en West-Panama algemeen en profiteert van open plekken, weiden met struiken en tuinen.
Wetenschappelijke naam
Colibri cyanotus | (Bourcier, 1843)
Bourcier beschreef de soort in 1843 als Trochilus cyanotus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colibri werd in 1824 ingevoerd door Spix. Colibri is de Spaanse en Franse naam voor een kolibrie, vermoedelijk ontleend aan een woord uit een Caribische (Cariben-)taal. cyanotus is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en ous, ōtos 'oor', naar de violetblauwe oorvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caracas, Venezuela.




