Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Maskergent

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Maskergent | Sula dactylatra

Masked Booby | Bobo enmascarado

De maskergent is de grootste gent van de tropen. Hij broedt op kale, afgelegen eilandjes en foerageert ver op open zee, zodat hij vanaf de kust zelden te zien is. In het gidsgebied liggen de kolonies op de Campechebanken in de Golf van Mexico en op eilanden voor de Pacifische kust van Mexico; verder zuidelijk is hij een schaarse gast op zee.

Maskergent (Sula dactylatra)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil, in de kolonie luidruchtig. Het mannetje geeft een dalend, fluitend fiew, het vrouwtje een luid, schor toeterend honk.

Luister: RoepXC431821

Opname: Eric S. J. Tan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

75–85 cm, fors, met een spanwijdte van ruim anderhalve meter. Volwassen vogels zijn wit, met zwarte hand- en armpennen, zodat de vleugel een brede zwarte achterrand heeft, en een zwarte staart. De naakte huid rond snavel en oog vormt een zwart masker; de snavel is geel tot groengeel, het oog geel, de poten zijn olijfgrijs. De seksen zijn gelijk, maar verschillen in stem. Jonge vogels zijn bruin op kop, hals en bovendelen, met een witte halsband op de achterhals en een witte buik; de snavel is grijsachtig. Het volwassen kleed wordt in ongeveer drie jaar bereikt.

Verwarrings­soorten

De nazcagent Sula granti, aan de Pacifische kant, is vrijwel gelijk, maar heeft een oranjeroze snavel; jonge vogels van beide soorten zijn in het veld vaak niet zeker te onderscheiden. De witte vorm van de roodpootgent Sula sula is kleiner, met een witte staart, rode poten, een blauwe snavel en een zwarte vlek bij de pols op de ondervleugel. Jonge maskergenten lijken op bruine genten Sula leucogaster en cocosgenten Sula brewsteri, maar zijn groter en hebben een witte halsband die de bruine kap van de mantel scheidt.

Leefgebied

Open, diep water ver uit de kust, waar de vogels van grote hoogte steil duiken naar vliegende vissen en andere scholvis. Broeden op kale grond op vlakke delen van rotseilandjes, zandcays en vulkanische eilanden, zonder echt nest. Van de twee eieren wordt vrijwel altijd maar één jong groot: het oudste jong verdringt het jongste.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Aan de Golfkant broedt de soort op de Campechebanken, onder meer op Arrecife Alacranes, Cayo Arcas en de Triángulos; buiten de kolonies is hij schaars op zee in de Golf van Mexico en de Caribische Zee tot Panama. Aan de Pacifische kant broedt hij op de Revillagigedo-eilanden en op enkele eilanden voor de kust van Mexico, en is hij een schaarse gast op zee tot Costa Rica en Panama. De vogels van de Golf van Mexico en de Caribische Zee behoren tot de nominaatvorm S. d. dactylatra; die van de Pacifische eilanden voor Mexico worden meestal tot S. d. californica gerekend. Buiten het gidsgebied in alle tropische oceanen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Kansen zijn er vooral op pelagische tochten en tijdens boottochten naar afgelegen eilanden en riffen, zoals de Revillagigedo-eilanden of Arrecife Alacranes. Bij een grote, witte gent met zwarte achterrand aan de vleugel is de snavelkleur het belangrijkste kenmerk om hem van de nazcagent te scheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied is de populatie verdeeld over weinig kolonies. Bedreigingen zijn ingevoerde ratten, katten en andere roofdieren, verstoring, het rapen van eieren en jongen en het verstrikt raken in vistuig.

Wetenschappelijke naam

Sula dactylatra | Lesson, 1831

Lesson beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. dactylatra combineert Grieks daktulos 'vinger' en Latijn ater 'zwart': 'zwarte vingers', naar de gespreide zwarte vleugelpunten in vlucht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ascension (zuidelijke Atlantische Oceaan).