Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Blauwvoetgent

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Blauwvoetgent | Sula nebouxii

Blue-footed Booby | Bobo patas azules

De blauwvoetgent is een gent van de oostelijke Stille Oceaan met helderblauwe poten, die het mannetje bij de balts nadrukkelijk toont. In het gidsgebied broedt hij vooral op eilanden in de Golf van Californië en voor de Pacifische kust van Mexico, en vist hij vaak dicht onder de kust, in groepen die tegelijk in het water duiken. Verder zuidelijk is hij een schaarse gast, die in sommige jaren in grotere aantallen tot Panama komt.

Blauwvoetgent (Sula nebouxii)
Foto: SantiagoGG — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil. In de kolonie geeft het mannetje een hoog, fluitend sjiew, vaak tijdens de balts, het vrouwtje een laag, schor toeterend honk of kwaak.

Luister: RoepXC815553

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

76–84 cm. Kop en hals zijn lichtbruin, fijn wit gestreept; de bovendelen en bovenvleugel zijn donkerbruin met lichte veerranden. Op de achterhals, de bovenrug en de stuit zit een witte vlek; de onderdelen zijn wit. De staart is donker met een lichter midden. De poten zijn helderblauw, de snavel en de naakte gezichtshuid zijn blauwgrijs, het oog is geel. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en heeft een donkere ring rond de pupil, waardoor haar pupil groter lijkt. Jonge vogels hebben een donkerder bruine kop en hals, een bruinere borst en dofgrijze poten.

Verwarrings­soorten

De humboldtgent Sula variegata, een zeldzame dwaalgast, heeft een zuiver witte kop en hals, een sterker wit geschubde rug en blauwgrijze tot donkere poten. De cocosgent Sula brewsteri heeft een egaal bruine borst die scherp afsteekt tegen de witte buik, en gele poten. Jonge maskergenten Sula dactylatra en nazcagenten Sula granti hebben een bruine kop met een witte halsband en geen blauwe poten.

Leefgebied

Warme kustwateren, baaien en zee boven het continentaal plat, meestal binnen enkele tientallen kilometers van de kust. Duikt in groepen, vaak van grote hoogte, naar sardines, ansjovis en makreel. Rust op rotsen en kliffen. Broedt in kolonies op de kale grond van vlakke delen van eilanden, zonder echt nest. Tijdens de balts heft het mannetje afwisselend zijn blauwe poten op, spreidt de vleugels en richt de snavel naar de hemel.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt op eilanden in de Golf van Californië, zoals San Pedro Mártir, en op eilanden voor de Pacifische kust van Mexico, zoals Isla Isabel en de Islas Marietas voor Nayarit. Jaarrond langs de kust van Baja California en Sonora tot Jalisco; verder zuidelijk tot Panama een schaarse gast, in El Niño-jaren soms in grotere aantallen. De vogels in het gidsgebied behoren tot de nominaatvorm S. n. nebouxii. Buiten het gidsgebied langs de kust van Colombia, Ecuador en het noorden van Peru, en op de Galápagoseilanden als ondersoort S. n. excisa.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Boottochten naar de Islas Marietas vanuit de Bahía de Banderas en naar Isla Isabel bieden goede kansen om broedende vogels van dichtbij te zien. In de Golf van Californië zijn jagende groepen vaak vanaf de kust en vanaf veerboten te zien. Aan de Pacifische kust van Costa Rica en Panama vooral te verwachten bij kapen en vanaf veerboten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is sterk afhankelijk van sardines en ansjovis; bij voedseltekort, zoals in El Niño-jaren, blijft het broedsucces laag. Op de broedeilanden vormen verstoring door bezoekers en ingevoerde roofdieren een bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Sula nebouxii | Milne-Edwards, 1882

Milne-Edwards beschreef de soort in 1882 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. nebouxii eert de Franse scheepschirurg en natuuronderzoeker Adolphe-Simon Neboux (1806–1844). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pacifische kust van Amerika (aangenomen Chili).