Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Lucy's zanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Lucy's zanger | Leiothlypis luciae

Lucy's Warbler | Chipe rabadilla rufa

Lucy's zanger is de kleinste zanger van Noord-Amerika: lichtgrijs, met een roodbruine stuit en kruinvlek. Hij broedt in mesquitebos en oeverbos in de woestijnen van het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noordwesten van Mexico en overwintert in het droogbos van West-Mexico. Als enige zanger van het westen nestelt hij in holten.

Lucy's zanger (Leiothlypis luciae)
Foto: Chuck Homler d/b/a Focus On Wildlife — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een levendige, wat vlakke reeks heldere tonen die in tempo of toonhoogte wisselt, wieta-wieta-wieta tsje-tsje-tsje. De roep is een zacht tsjip of een fijn tsit.

Luister: ZangXC995431

Opname: Bill Pyle — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Bovendelen lichtgrijs, onderdelen witachtig met een lichte beigegrijze tint. Stuit roodbruin; het mannetje heeft een roodbruine kruinvlek, die bij het vrouwtje kleiner of afwezig is. Gezicht licht, met een donker oog in een smalle witte oogring. Onderstaartdekveren wit. Geen vleugelstrepen. Jonge vogels zijn egaal grijs met een vaal okerkleurige stuit.

Verwarrings­soorten

De virginiazanger Leiothlypis virginiae heeft een geelgroene stuit, gele onderstaartdekveren en vaak een gele vlek op de borst. Het vrouwtje van de gele zanger Setophaga aestiva kan in sleets kleed vaal grijs zijn, maar heeft gele randen aan vleugel- en staartveren en geen roodbruine stuit.

Leefgebied

Broedt in mesquitebos, oeverbos met populier en wilg en droge wasbossen langs rivieren in woestijngebied, meestal beneden 1500 m. Nestelt in boomholten, oude spechtenholen of achter losse schors. Overwintert in tropisch droogbos, doornstruweel en mesquitestruweel. Zoekt in het blad en tussen de bloemen naar insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in het noordwesten van Mexico: het noordoosten van Baja California (de delta en vallei van de Colorado), Sonora en het noordwesten van Chihuahua. Overwintert aan de Pacifische kant van Mexico, van het zuiden van Sonora en Sinaloa tot Jalisco, Colima, Michoacán, Guerrero en Oaxaca.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het voorjaar zingt hij volop in de mesquitebossen en de oeverbossen langs rivieren in Sonora. In de winter vaak in gemengde groepen in het droogbos langs de Pacifische kust.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Het broedgebied krimpt plaatselijk door het verdwijnen van mesquitebos en oeverbos, maar de populatie is nog vrij groot.

Wetenschappelijke naam

Leiothlypis luciae | (Cooper, 1861)

Cooper beschreef de soort in 1861 als Helminthophaga luciae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leiothlypis werd in 2008 ingevoerd door Sangster. Leiothlypis is Grieks, van leios 'effen, glad' en thlypis, bij Aristoteles de naam van een onbekend klein vogeltje. luciae eert Lucy Hunter Baird (1848–1913), de dochter van de Amerikaanse ornitholoog Spencer Fullerton Baird. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Mojave, Coloradovallei, Arizona.