Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Grijze zwartkeelzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijze zwartkeelzanger | Setophaga nigrescens

Black-throated Grey Warbler | Chipe negrogrís

De grijze zwartkeelzanger is een grijs, zwart en wit getekende zanger met een klein geel vlekje voor het oog. Hij broedt in droog eiken- en naaldbos in het westen van Noord-Amerika. In het gidsgebied is hij een algemene wintergast in het westen en midden van Mexico.

Grijze zwartkeelzanger (Setophaga nigrescens)
Foto: Amado Demesa from DF, México — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks zoemende noten met een korte, scherpere slotnoot, ongeveer wiezie wiezie wiezie zie-wiet; in het gidsgebied vooral in het voorjaar te horen. De roep is een dof tjup.

Luister: ZangXC1184042

Opname: Ned Bohman — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Blauwgrijze bovendelen, twee witte vleugelstrepen, een zwart-wit gestreepte kop met een klein geel vlekje tussen oog en snavel, witte onderdelen met zwarte flankstrepen en veel wit in de buitenste staartpennen. Het mannetje heeft een zwarte kruin, wang en keel; het vrouwtje heeft een grijze kruin en een witte keel met hooguit een zwarte band onderaan. Jonge vogels zijn doffer, met een grijzere kop.

Verwarrings­soorten

De bonte zanger Mniotilta varia heeft een wit gestreepte kruin en rug, geen geel voor het oog en kruipt langs stammen. Townsends zanger Setophaga townsendi en de heremietzanger Setophaga occidentalis hebben dezelfde bouw en tekening, maar geel in het gezicht en een olijfgroene rug. De zwartkopzanger Setophaga striata heeft in prachtkleed een witte wang en een gestreepte rug.

Leefgebied

In de winter eiken- en pijn-eikenbos, droog seizoensbos, doornstruweel, oeverbos, mesquite en tuinen, van de kust tot ongeveer 2500 m. Zoekt in bomen en struiken naar insecten, vaak in gemengde groepen. Broedt in droog eiken- en pijn-eikenbos en chaparral met bomen in de bergen.

Verspreiding en trek

Broedt in het westen van Noord-Amerika, van het zuidwesten van Canada tot het noorden van Baja California en het zuiden van Arizona en New Mexico. Overwintert in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in Mexico: in het zuiden van Baja California, aan de Pacifische kant van Sonora tot Oaxaca en in het binnenland en de hooglanden van het midden van Mexico tot Veracruz; zeldzaam in Guatemala.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak te vinden in gemengde groepen zangers in eikenbos op middelhoogte in het westen van Mexico; let op de zwart-witte kop met het gele vlekje voor het oog.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid; de populatie lijkt stabiel.

Wetenschappelijke naam

Setophaga nigrescens | (Townsend, 1837)

Townsend beschreef de soort in 1837 als Sylvia nigrescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. nigrescens is Latijn voor 'zwartachtig', naar de zwarte kop- en keeltekening. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Portland, Oregon.