Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Goulds dwerglijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Goulds dwerglijster | Catharus dryas

Yellow-throated Nightingale-Thrush | Zorzal pecho amarillo

De Goulds dwerglijster is een dwerglijster van nevelwoud in het noorden van Midden-Amerika, met een zwarte kop, een oranje snavel en oogring en een geeloranje keel en borst. Ze leeft verscholen in de onderlaag en wordt vooral opgemerkt aan de fluitende zang. De soort komt alleen voor van het zuiden van Mexico tot Honduras en Nicaragua.

Goulds dwerglijster (Catharus dryas)
Foto: Ariel Salinas Seq. — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang bestaat uit korte, heldere, fluitende frasen van enkele tonen, met pauzes ertussen herhaald; voller en welluidender van klank dan bij de meeste andere dwerglijsters. De roep is een nasaal, mauwend mieah.

Luister: ZangXC964382

Opname: Bill Pyle — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm. Kop zwart, scherp afgezet tegen de donker olijfgroene rug, vleugels en staart. Oranje oogring; snavel en poten oranje. Keel, borst en buik warm geel tot abrikooskleurig, op de borst vaak met vage donkere vlekjes; flanken olijfgrijs. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met donkere vlekken op de onderdelen en een donkere snavel.

Verwarrings­soorten

De zwartkopdwerglijster Catharus mexicanus heeft eveneens een zwarte kap, maar een grijze keel en borst zonder gele tint, en leeft meestal lager. De bergdwerglijster Catharus frantzii heeft een roodbruine kruin, een grijze zijkop en grijze onderdelen. Andere vogels met een zwarte kop en gele onderdelen in het nevelwoud, zoals sommige struikgorzen, hebben een dikke snavel en leven niet op de bosbodem.

Leefgebied

Onderlaag van vochtig nevelwoud en hoger voetheuvelbos, vaak in ravijnen en langs beekjes met een dichte ondergroei; meestal tussen ongeveer 900 en 2500 m. Zoekt op de grond in het bladafval naar insecten en andere ongewervelden en eet ook bessen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zuiden van Mexico (Chiapas en aangrenzend Oaxaca) door de hooglanden van Guatemala en El Salvador tot Honduras en het noorden van Nicaragua. In deze opvatting beperkt tot het gidsgebied; de verwante vorm in de Andes, Catharus maculatus, wordt nu als aparte soort beschouwd.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te vinden in de nevelwouden van El Triunfo in Chiapas en het nationaal park Cusuco in Honduras. Het meest actief en het best hoorbaar in de vroege ochtend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Afhankelijk van ongestoord nevelwoud, dat in het noorden van Midden-Amerika plaatselijk sterk versnipperd raakt.

Wetenschappelijke naam

Catharus dryas | (Gould, 1855)

Gould beschreef de soort in 1855 als Malacocichla dryas; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. dryas is Grieks voor 'dryade, boomnimf', een verwijzing naar het bosrijke leefgebied of het sierlijke uiterlijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala.