Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Geelbekdwerglijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelbekdwerglijster | Catharus aurantiirostris

Orange-billed Nightingale-Thrush | Zorzal pico naranja

De geelbekdwerglijster is een kleine, grijs en bruin gekleurde lijster met een oranje snavel, oogring en poten. Ze leeft in de ondergroei van struweel, bosranden en koffieplantages in heuvels en bergen en is vaak meer te horen dan te zien. In het gidsgebied komt ze voor van het noordwesten en oosten van Mexico tot het westen van Panama.

Geelbekdwerglijster (Catharus aurantiirostris)
Foto: Nigel Voaden from UK — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, krassende, haperende frase van piepende en kwetterende tonen, steeds iets anders en zonder de fluitende klank van andere dwerglijsters. De roep is een nasaal, dalend waaa of mieah.

Luister: ZangXC1169399

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm. Kop grijs tot grijsbruin, rug, vleugels en staart warm olijfbruin tot roodbruin. Smalle oranje oogring; snavel en poten feloranje. Keel witachtig, borst en flanken lichtgrijs, buikmidden wit. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn bruiner, met lichte vlekken op de bovendelen en donkere vlekken op de borst, en een donkerder snavel.

Verwarrings­soorten

De zwartkopdwerglijster Catharus mexicanus heeft een zwarte kap en leeft in vochtiger, dichter bos. De roodbruine dwerglijster Catharus occidentalis (bergen van Mexico) heeft een donkere snavel met alleen een lichte ondersnavel, vage vlekjes op de borst en geen oranje oogring. De bergdwerglijster Catharus frantzii heeft een roodbruine kruin en een bovensnavel die donkerder is dan de ondersnavel. De grijskeeldwerglijster Catharus gracilirostris (hoge bergen van Costa Rica en Panama) heeft een zwarte snavel.

Leefgebied

Ondergroei van struweel, secundair bos, bosranden, heggen, ravijnen en schaduwkoffie, ook in tuinen met dichte struiken; meestal tussen ongeveer 600 en 2500 m, plaatselijk lager. Mijdt gesloten, vochtig bos. Zoekt op de grond en laag in struiken naar insecten en andere ongewervelden en eet ook bessen.

Verspreiding en trek

In Mexico aan de Pacifische kant van het zuiden van Sinaloa en Durango zuidwaarts en aan de Caribische kant van Tamaulipas zuidwaarts, verder door het binnenland en de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en het westen van Panama. Buiten het gidsgebied in Colombia en Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in de koffiestreken en de hogere dorpen van de Centrale Vallei van Costa Rica en rond Monteverde. De zang klinkt vaak vanuit dichte struiken langs wegen en paden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid; kan zich handhaven in door de mens veranderd, halfopen landschap.

Wetenschappelijke naam

Catharus aurantiirostris | (Hartlaub, 1850)

Hartlaub beschreef de soort in 1850 als Turdus aurantiirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. aurantiirostris is Latijn, van aurantius 'oranje' en -rostris '-snavelig', naar de oranje snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caracas, Venezuela.