Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Glanskoevogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Glanskoevogel | Molothrus bonariensis
Shiny Cowbird | Tordo renegrido
De glanskoevogel is een broedparasiet uit Zuid-Amerika die zijn eieren in de nesten van andere vogels legt. In de afgelopen decennia heeft hij zich via Colombia naar Panama en Costa Rica uitgebreid, en via de Caraïben tot op het schiereiland Yucatán.
Geluid
De zang is een snelle reeks borrelende, vloeiende fluittonen, vaak beginnend met enkele lage, keelachtige noten. De roep is een kort tsjuk; in de vlucht ook een hoge fluittoon.
Opname: Cristian Pinto Fernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
18–21 cm. Mannetje geheel zwart met een sterke paarsblauwe glans, vooral op kop en rug; oog donker. Snavel kort, spits en kegelvormig, iets slanker dan bij de andere koevogels. Vrouwtje egaal grijsbruin, met een vage lichte wenkbrauwstreep en een iets lichtere keel; de onderzijde soms met vage strepen. Jongen lijken op het vrouwtje maar zijn op de onderzijde duidelijker gestreept.
Verwarringssoorten
De roodoogkoevogel Molothrus aeneus is forser, met een dikkere hals, een rood oog en een bronsgroene in plaats van paarsblauwe glans; het vrouwtje is zwartbruin of, in het westen van Mexico, grijsbruin met een rood oog. Het mannetje van de bruinkopkoevogel Molothrus ater heeft een bruine kop. Mannetjes kunnen ook worden verward met de rouwtroepiaal Dives dives, die groter is, met een langere staart en een langere snavel.
Leefgebied
Open en halfopen landschap: weilanden met vee, akkers, tuinen, parken en dorpen, randen van moerassen en savannen. Mijdt gesloten bos. Foerageert op de grond, vaak in groepen en bij vee, en eet zaden en insecten. Legt eieren in de nesten van meer dan tweehonderd andere soorten, vooral kleine zangvogels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Wijdverbreid in Zuid-Amerika, en sinds de twintigste eeuw via de Caraïbische eilanden uitgebreid naar Florida. In het gidsgebied algemeen in Panama en in het grootste deel van Costa Rica; schaarser maar uitbreidend in Nicaragua. In Mexico gevestigd in het noordoosten van het schiereiland Yucatán, vooral in Quintana Roo; in Belize zeer zeldzaam.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best te zien in weilanden met vee of op grasvelden in dorpen, waar groepjes mannetjes op de grond foerageren; let bij gemengde troepen op het verschil in glans en oogkleur met de roodoogkoevogel.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Algemeen en nog steeds uitbreidend. Doordat hij in de nesten van andere vogels parasiteert, kan hij een bedreiging vormen voor zeldzame soorten met een klein verspreidingsgebied.
Wetenschappelijke naam
Molothrus bonariensis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Tanagra bonariensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Molothrus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Molothrus is Grieks, van mōlos 'strijd' en thrōskō 'bevruchten', mogelijk naar het broedparasitisme of de baltsgevechten van de mannetjes. bonariensis betekent 'van Buenos Aires', de plaats waar de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Buenos Aires, Argentinië.




