Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Gilaspecht
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes
Gilaspecht | Melanerpes uropygialis
Gila Woodpecker | Carpintero del desierto
De gilaspecht is de specht van de Sonorawoestijn en Baja California: een middelgrote, luidruchtige vogel met een fijn zwart-wit gebandeerde rug en een effen grijsbruine kop en onderzijde. Hij hakt zijn nestholte bij voorkeur in een zuilcactus. In het gidsgebied leeft hij in het noordwesten van Mexico.
Geluid
Een rollend, wat schor tsjurrr, vaak vanaf de top van een cactus of paal. Daarnaast een scherp, snel herhaald jip-jip-jip en, vooral in het voorjaar, een klagend kie-oe, kie-oe. Trommelt lang en gelijkmatig.
Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
20–24 cm. Kop, hals en onderdelen effen grijsbruin, de buik vaak vaalgeel getint. Rug, stuit en vleugels fijn zwart-wit gebandeerd; de middelste staartveren zijn eveneens gebandeerd. Het mannetje heeft midden op de kruin een klein rond rood kapje, dat het vrouwtje mist. In vlucht een smalle witte halvemaan aan de basis van de handpennen. Jonge vogels zijn doffer.
Verwarringssoorten
De goudvoorhoofdspecht Melanerpes aurifrons heeft een geeloranje of rode nek, gele neusveertjes en zwarte middelste staartveren; in het westen van centraal Mexico raken de verspreidingsgebieden elkaar en zijn mengvormen gemeld. De goudwangspecht Melanerpes chrysogenys heeft een zwarte vlek rond het oog en een gele nek. De ladderspecht Dryobates scalaris is kleiner, met een zwart-wit gestreepte kop. De geelvleugelgrondspecht Colaptes chrysoides deelt de cactussen, maar is bruin met een zwarte borstband en een gevlekte buik.
Leefgebied
Laag woestijnland met zuilcactussen, zoals saguaro en cardón, doornstruweel, galerijbos met populier, wilg en mesquite langs rivieren en droge beddingen, en zuidelijker ook droogbos; meestal beneden ongeveer 1000 m. Ook in dorpen en steden met palmen, fruitbomen en tuinen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in het noordwesten van Mexico: Baja California en Baja California Sur, Sonora en Sinaloa, zuidwaarts tot in het westen van centraal Mexico (Nayarit en Jalisco). Buiten het gidsgebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Er worden meerdere ondersoorten onderscheiden, waaronder cardonensis en brewsteri op het schiereiland Baja California.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Rond Álamos in Sonora en in het cardónlandschap rond La Paz en Los Cabos in Baja California Sur. In de vroege ochtend verraadt het rollende tsjurrr vanaf cactustoppen de vogel.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In Mexico algemeen; aan de noordrand van het areaal gaan de aantallen achteruit door verlies van woestijn en galerijbos en concurrentie om nestholtes met de spreeuw.
Wetenschappelijke naam
Melanerpes uropygialis | (Baird, 1854)
Baird beschreef de soort in 1854 als Centurus uropygialis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. uropygialis is modern Latijn, van uropygium 'stuit', naar de zwart-wit gebandeerde stuit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bill Williams River, Arizona.





