Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Diksnavelzaadkraker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Diksnavelzaadkraker | Sporophila funerea

Thick-billed Seed Finch | Semillero piquigrueso

De diksnavelzaadkraker is een kleine, gedrongen vogel met een zeer zware snavel met een rechte bovenrand. Het mannetje is zwart met een klein wit vleugelvlekje, het vrouwtje warm bruin. Hij leeft op ruige, grazige plekken aan bosranden en in natte weilanden, van het zuiden van Mexico tot Panama.

Diksnavelzaadkraker (Sporophila funerea)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een lange, gevarieerde, melodieuze reeks van fluitende en kwetterende tonen, vaak lang volgehouden vanaf een open zitplaats. Roep een scherp tsjek.

Luister: ZangXC1012078

Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Snavel zwart, zeer zwaar en hoog, met een vrijwel rechte bovenrand. Mannetje geheel zwart, met een klein wit vlekje aan de basis van de handpennen en witte ondervleugeldekveren die in de vlucht te zien zijn. Vrouwtje warm donkerbruin van boven en roestbruin tot kaneelkleurig van onderen. Jonge vogels lijken op vrouwtjes.

Verwarrings­soorten

De Nicaraguaanse zaadkraker Sporophila nuttingi is groter en heeft een nog zwaardere, bleek roze tot vleeskleurige snavel. Het noordelijk bont dikbekje Sporophila corvina heeft een kleinere, rondere snavel; zwarte mannetjes aan de Caribische kant lijken op de diksnavelzaadkraker, maar hebben soms wit op de buik of stuit. De jacarinagors Volatinia jacarina is glanzend blauwzwart en heeft een dunne, puntige snavel.

Leefgebied

Ruige, grazige plekken aan bosranden, overgroeid weiland, struikgewas, natte graslanden, moerasranden en wegbermen in vochtige streken, van zeeniveau tot ongeveer 1200 m. Eet vooral zaden van grassen en zeggen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het zuiden van Mexico (vanaf het zuiden van Veracruz, het noorden van Oaxaca, Tabasco en Chiapas), door Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica, waar hij ook aan de zuidelijke Pacifische kant voorkomt; in Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in het noorden en westen van Colombia en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zingende mannetjes zitten vaak op een paaltje of struik in ruig, nat weiland. Geregeld te zien rond lodges in het Caribische laagland van Costa Rica, bijvoorbeeld bij La Selva.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen; wordt op veel plaatsen gevangen voor de kooivogelhandel, wat plaatselijk tot achteruitgang leidt.

Wetenschappelijke naam

Sporophila funerea | (Sclater, 1860)

Sclater beschreef de soort in 1860 als Oryzoborus funereus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sporophila werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Sporophila is Grieks, van sporos 'zaad' en philos 'liefhebber': 'zaadliefhebber'. funerea is Latijn voor 'rouw-, begrafenis-', naar het geheel zwarte verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suchapam, Oaxaca, Mexico.