Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Californische meeuw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Californische meeuw | Larus californicus

California Gull | Gaviota californiana

De Californische meeuw broedt in het binnenland van het westen van Noord-Amerika, aan zoutmeren en grote meren, en trekt in de winter naar de Pacifische kust. In het gidsgebied is ze een algemene wintergast in Baja California en langs de Golf van Californië, en verder zuidelijk schaarser. De soort is bekend om haar rol bij het bestrijden van een sprinkhanenplaag in Utah in de negentiende eeuw.

Californische meeuw (Larus californicus)
Foto: Polinova — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, schel kjauw en lachende reeksen, hoger dan bij de Amerikaanse zilvermeeuw.

Luister: RoepXC571013

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

47–55 cm, een middelgrote meeuw tussen de ringsnavelmeeuw en de Amerikaanse zilvermeeuw in, met een donker oog, groengele tot gele poten en een gele snavel met een zwarte en een rode vlek bij de punt. Volwassen vogels hebben een middengrijze mantel, iets donkerder dan bij de Amerikaanse zilvermeeuw, en zwarte vleugelpunten met witte vlekken. In de winter zijn achterkop en hals bruin gestreept. Jonge vogels zijn grijsbruin geschubd, met een roze snavel met een zwarte punt, en krijgen in vier jaar het volwassen kleed.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse zilvermeeuw Larus smithsonianus is groter, met een lichtere mantel, roze poten en een licht oog. De ringsnavelmeeuw Larus delawarensis is kleiner, met een lichtere mantel, een licht oog en een volledige zwarte ring om de snavel. De Amerikaanse stormmeeuw Larus brachyrhynchus is kleiner, met een korte, ongetekende snavel en een rondere kop.

Leefgebied

Stranden, lagunes, riviermondingen, slikken, havens en vuilnisbelten, en soms meren in het binnenland. Eet vis, ongewervelden en afval.

Verspreiding en trek

In de winter algemeen langs de kusten van Baja California en Baja California Sur, in de Golf van Californië en langs de kust van Sonora, en minder talrijk zuidelijk via Sinaloa, Nayarit en Jalisco tot Colima. Verder zuidelijk, tot Oaxaca, en in Midden-Amerika zeldzaam, met gevallen van Guatemala en El Salvador tot Panama; aan de Golfkust zeer zeldzaam. Buiten het gidsgebied broedt de soort in het binnenland van het westen van de Verenigde Staten en Canada en overwintert ze vooral langs de Pacifische kust van de Verenigde Staten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepen meeuwen op stranden en in havens van Baja California en Sonora bieden in de winter de meeste kans. Het donkere oog en de zwarte en rode vlek op de snavel onderscheiden volwassen vogels van de Amerikaanse zilvermeeuw.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De populatie is groot; de kolonies aan zoutmeren in het binnenland zijn gevoelig voor veranderingen in het waterpeil. In het gidsgebied een wintergast zonder broedpopulatie.

Wetenschappelijke naam

Larus californicus | Lawrence, 1854

Lawrence beschreef de soort in 1854 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Larus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Larus is Latijn, ontleend aan het Griekse laros, en sloeg bij de klassieke schrijvers op een meeuw of een andere grote zeevogel. californicus verwijst naar Californië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Stockton in Californië.