Alle soorten › Nieuwewereldgieren › Nieuwewereldgieren › Californische condor
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Californische condor | Gymnogyps californianus
California Condor | Cóndor californiano
De Californische condor is de grootste landvogel van Noord-Amerika en een van de zeldzaamste vogels ter wereld. In 1987 werden de laatste wilde vogels gevangen voor een fokprogramma; sinds 1992 worden opnieuw vogels vrijgelaten, eerst in Californië en later in Arizona en sinds 2002 ook in de Sierra San Pedro Mártir in Baja California. In het gidsgebied leeft hij alleen in het noorden van Baja California, waar hij na een afwezigheid van ruim zestig jaar is teruggebracht.
Geluid
Zonder stemorganen; vrijwel stil. Bij aas en bij het nest sist en gromt de vogel.
Opname: bukva14 — CC BY-NC 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ingekort tot 60 s · iNaturalist
Herkenning
117–134 cm, met een spanwijdte van bijna 3 meter. Het verenkleed is zwart; volwassen vogels hebben van onderen een brede witte driehoek op de ondervleugeldekveren en van boven een smalle witte vleugelband. De kop en hals zijn kaal, bij volwassen vogels oranjerood tot roze, met een kraag van zwarte veren onder aan de hals. Jonge vogels hebben een donkergrijze kop en gevlekte, grijzige ondervleugeldekveren; het volwassen kleed wordt pas na zes tot acht jaar bereikt. Zweeft op vlakke, brede vleugels met wijd gespreide handpennen en slaat zelden met de vleugels. Vrijwel alle vrijgelaten vogels dragen genummerde vleugelmerken.
Verwarringssoorten
De kalkoengier Cathartes aura is veel kleiner, houdt de vleugels in een V, heeft zilvergrijze slagpennen in plaats van witte ondervleugeldekveren en een kleine rode kop. De steenarend Aquila chrysaetos heeft een bevederde kop, is kleiner en heeft als jonge vogel witte vlekken aan de basis van de handpennen en een witte staartbasis, niet op de ondervleugeldekveren. De zwarte gier Coragyps atratus, in het noorden van Baja California hooguit dwaalgast, is veel kleiner en heeft alleen witte vlekken aan de vleugelpunt.
Leefgebied
Bergen met kliffen en rotswanden, naaldbos op de hoogvlakte, chaparral en open, heuvelachtig land met vee en herten. Broedt in een holte of op een richel in een rotswand en legt één ei, meestal om het andere jaar. Zoekt vooral op zicht naar karkassen van grote zoogdieren en legt daarbij vaak meer dan honderd kilometer per dag af.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in het noorden van Baja California, met als kern de Sierra San Pedro Mártir, waar sinds 2002 vogels worden vrijgelaten en sinds 2007 ook in het wild jongen worden grootgebracht. Vogels zwerven over de Sierra Juárez en de omringende hoogvlakten en dalen af naar de Pacifische kust. Vroeger kwam de soort in het noorden van Baja California voor tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Buiten het gidsgebied leeft hij in de kustgebergten en de bergen van zuidelijk en centraal Californië, in het noorden van Arizona en het zuiden van Utah, en sinds kort ook in het noorden van Californië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste plek is het Parque Nacional Sierra de San Pedro Mártir, vooral rond de uitzichtpunten bij het astronomisch observatorium en op de hoogvlakte. De vogels komen meestal pas in de loop van de ochtend van hun slaapplaats op de kliffen los, wanneer de thermiek op gang komt. De vleugelmerken maken het mogelijk afzonderlijke vogels te herkennen.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd. De wereldpopulatie telt enkele honderden vogels, waarvan een deel in gevangenschap leeft; in Baja California gaat het om enkele tientallen. De belangrijkste bedreiging is loodvergiftiging door kogelresten in karkassen en slachtafval; daarnaast slikken jongen afval in, zoals stukjes plastic en glas. Het voortbestaan hangt af van voortdurende vrijlatingen, bijvoeren en het opvangen en behandelen van vergiftigde vogels.
Wetenschappelijke naam
Gymnogyps californianus | (Shaw, 1797)
Shaw beschreef de soort in 1797 als Vultur californianus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gymnogyps werd in 1842 ingevoerd door Lesson. Gymnogyps is Grieks, van gumnos 'naakt' en gups 'gier', naar de kale kop. californianus is Latijn voor 'uit Californië', naar de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van Californië.




