Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Aureliapluimbroekje

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Aureliapluimbroekje | Haplophaedia aureliae

Greenish Puffleg | Calzadito verdoso

Het aureliapluimbroekje is een Andeskolibrie die het gidsgebied alleen bereikt op de hoogste bergen van het oosten van Darién, aan de grens met Colombia. Pluimbroekjes danken hun naam aan de dichte, donzige veerpluimen rond de poten. Bij deze soort zijn die pluimen wit en vallen ze op als de vogel stilhangt voor een bloem.

Aureliapluimbroekje (Haplophaedia aureliae)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoge, dunne tsit-roepen, vaak herhaald tijdens het foerageren; weinig bekend.

Luister: VluchtroepXC257848

Opname: John V. Moore — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm, met een rechte, middellange zwarte snavel. De bovendelen zijn bronsgroen, op de onderrug en de bovenstaartdekveren meer koperkleurig. De onderkant is groen met grijswitte veerranden, waardoor keel en borst geschubd lijken; de buik is lichter. Rond de poten zitten opvallende witte donspluimen. De staart is blauwzwart en licht gevorkt. De geslachten lijken op elkaar; het vrouwtje is van onderen meestal witter en minder groen.

Verwarrings­soorten

De roodwangkolibrie Goldmania bella, die op dezelfde bergen voorkomt, heeft roodbruin in het gezicht en een roodbruine staart en mist de witte beenpluimen. Vrouwtjes van de kroonbosnimf Thalurania colombica hebben een egaal grijze keel en borst, een donkerder buik en witte staarttoppen. De groene heremietkolibrie Phaethornis guy is veel groter, met een lange, gebogen snavel en verlengde middelste staartpennen.

Leefgebied

Vochtig bergwoud en nevelwoud, vooral in de onderste en middelste lagen van het bos en langs randen en open plekken met bloeiende struiken. Bezoekt bloemen laag in het bos, gaat vaak even op of bij de bloem zitten en houdt na het landen de vleugels kort omhoog.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, in het bergwoud van de Serranía de Pirre en de Serranía del Darién, waaronder Cerro Tacarcuna, aan de grens met Colombia. Buiten het gidsgebied in de Andes en de kustgebergten van Colombia, Ecuador en Peru.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Alleen te zien bij tochten naar de hoger gelegen delen van Cerro Pirre in Darién, een afgelegen gebied waarvoor gids en vergunning nodig zijn. Let op de witte beenpluimen van vogels die laag in het bos bij bloemen foerageren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot, verspreid over de Andes. In het gidsgebied beperkt tot een klein, afgelegen berggebied dat grotendeels binnen een nationaal park ligt.

Wetenschappelijke naam

Haplophaedia aureliae | (Bourcier & Mulsant, 1846)

Bourcier & Mulsant beschreef de soort in 1846 als Trochilus Aureliae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Haplophaedia werd in 1918 ingevoerd door Simon. Haplophaedia is Grieks, van haploos 'eenvoudig' en phaidros 'stralend': 'eenvoudig stralend', naar het vrij effen groene verenkleed. aureliae eert Péronne Aurélie Hénon (1814–1889), echtgenote van de Franse botanicus en politicus Jacques-Louis Hénon. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia.