Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Groenkruinbriljantkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Groenkruinbriljantkolibrie | Heliodoxa jacula

Green-crowned Brilliant | Brillante coroniverde

De groenkruinbriljantkolibrie is een grote, zware kolibrie van de natte bergbossen van Costa Rica en Panama. Briljantkolibries gaan bij het drinken vaak op de bloem zitten in plaats van ervoor te blijven hangen. In Costa Rica is hij een vaste gast bij de voederflessen van lodges in het middengebergte.

Groenkruinbriljantkolibrie (Heliodoxa jacula)
Foto: Chuck Homler, Focus On Wildlife — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, scherp tsjip of tsjak, vaak herhaald, en bij achtervolgingen een snel, kwetterend getjilp.

Luister: ZangXC831753

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm, met een rechte, stevige zwarte snavel. Het mannetje is geheel donkergroen, met een glinsterend groene kruin en keel, een klein violetblauw vlekje onder aan de keel en een klein wit vlekje achter het oog. De staart is vrij lang, gevorkt en blauwzwart. Het vrouwtje is van boven groen en van onderen wit, dicht bezet met ronde groene vlekken, met een witte baardstreep en een wit vlekje achter het oog; de staart is minder diep gevorkt en de buitenste pennen hebben witte toppen.

Verwarrings­soorten

De violette sabelvleugel Campylopterus hemileucurus is groter, met een gebogen snavel en veel wit in de staart; mannetjes zijn violet. Het mannetje van de kroonbosnimf Thalurania colombica is kleiner en heeft een violette buik en een violette kruin of rug. Het vrouwtje van de purperkeeljuweelkolibrie Lampornis calolaemus heeft een roodbruine onderkant en een duidelijke witte streep achter het oog. De gevlekte onderkant van het vrouwtje groenkruinbriljantkolibrie is kenmerkend.

Leefgebied

Vochtig heuvel- en bergwoud en nevelwoud, vooral in de middelste en onderste lagen van het bos, langs bosranden, in open plekken met bloeiende struiken en in tuinen bij het bos, ook in schaduwkoffie. Gaat vaak op bloemen zitten om te drinken en vangt insecten in korte vluchten.

Verspreiding en trek

In Costa Rica op de Caribische en de Pacifische helling van de bergketens, vooral in het middengebergte, en in Panama in de bergen op beide hellingen van Chiriquí en Bocas del Toro oostwaarts tot Darién. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen bij de voederflessen van lodges en bezoekerscentra in het Costaricaanse middengebergte, zoals rond Monteverde, bij de watervallen van La Paz en bij Cinchona; in Panama bijvoorbeeld rond Boquete en Cerro Azul.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in het grootste deel van het verspreidingsgebied algemeen en komt ook voor in tuinen en schaduwkoffie, maar blijft afhankelijk van bos in de buurt.

Wetenschappelijke naam

Heliodoxa jacula | Gould, 1850

Gould beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Heliodoxa voerde hij in datzelfde werk in. Heliodoxa is Grieks, van hēlios 'zon' en doxa 'glorie, pracht': 'zonneglorie', naar het schitterende verenkleed. jacula hangt vermoedelijk samen met het Latijnse iaculum 'werpspies, pijl', mogelijk naar de vlugge, schietende vlucht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia.