Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Amerikaanse blauwe reiger
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Amerikaanse blauwe reiger | Ardea herodias
Great Blue Heron | Garza morena
De Amerikaanse blauwe reiger is de grootste reiger van het gidsgebied. De meeste vogels zijn wintergasten uit Noord-Amerika, die zich van september tot april over alle kusten en wetlands tot Panama verspreiden. In Mexico broedt de soort plaatselijk, en in het noorden van het schiereiland Yucatán komt bovendien de geheel witte vorm voor, die vroeger als aparte soort gold onder de naam grote witte reiger.
Geluid
Meestal stil. Bij verstoring een diep, schor fraank of kraak, vaak herhaald bij het wegvliegen.
Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
97–137 cm, groot en zwaar, met een lange hals en een forse, dolkvormige gelige snavel. Volwassen vogels zijn blauwgrijs van boven, met een witte kruin en gezicht, een brede zwarte streep boven het oog die uitloopt in zwarte sierveren, en een grijze tot grijsbruine, wijnbruin getinte hals met een zwart-witte streep langs de voorkant. De dijen en de buigplaats van de vleugel zijn roodbruin, de buik is gestreept grijs en wit. Jonge vogels hebben een donkere kap, een grijzer, doffer verenkleed en roestbruine zomen op de vleugeldekveren. De witte vorm is geheel wit, met een gele snavel en lichte, geelachtige poten. In de vlucht trage, diepe slagen met ingetrokken hals.
Verwarringssoorten
De cocoireiger Ardea cocoi van Panama heeft een geheel zwarte kruin, een witte hals en zwarte buikzijden. De witte vorm verschilt van de grote zilverreiger Ardea alba door de grotere, zwaardere bouw, de forsere snavel en de lichte in plaats van zwarte poten. De Mexicaanse tijgerroerdomp Tigrisoma mexicanum is kleiner en gedrongener, met een gebande bruine hals en een kale gele keel. De kleine blauwe reiger Egretta caerulea is veel kleiner en donker leikleurig.
Leefgebied
Mangrove, getijdenslik, lagunes en estuaria, ondiepe baaien en rotskusten, ook oevers van meren, stuwmeren, rivieren en zoetwatermoerassen, rijstvelden en viskwekerijen; vooral in het laagland, in de winter ook bij meren op de Mexicaanse hoogvlakte. Jaagt alleen, staand of langzaam schrijdend, op vis, krabben, kikkers en andere dieren. Broedt in mangrove, bomen of op eilandjes, alleen of in kleine kolonies; het nest is een groot platform van takken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in Mexico plaatselijk, vooral langs de kusten en op eilanden van Baja California en de Golf van Californië, langs de Pacifische kust van Sonora en Sinaloa, en aan de kust van het schiereiland Yucatán, waar ook de witte vorm voorkomt. In de winter in heel Mexico, het talrijkst in het noorden en langs de kusten, en verder in kleinere aantallen in heel Midden-Amerika tot Panama. Buiten het gidsgebied broedt de soort van het zuiden van Alaska en Canada door de Verenigde Staten, in het Caribisch gebied en op de Galápagoseilanden; noordelijke vogels overwinteren tot in het noorden van Zuid-Amerika.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Grote kustlagunes, mangrove en getijdenslik zijn in de noordelijke winter het meest kansrijk, bijvoorbeeld in de lagunes van Baja California en Sinaloa, de Ría Celestún en Ría Lagartos in Yucatán en Palo Verde in Costa Rica. In Panama verdient elke grote grijze reiger een controle van dijen en kruin vanwege de mogelijke verwarring met de cocoireiger.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse broedpopulatie is groot. De kleine broedpopulaties in het gidsgebied zijn gevoelig voor verstoring en voor het verlies van mangrove.
Wetenschappelijke naam
Ardea herodias | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ardea voerde hij in datzelfde werk in. Ardea is het Latijnse woord voor 'reiger'. herodias komt van het Griekse erōdios 'reiger'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hudsonbaai, Canada.





