Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Amerikaanse blauwe kiekendief

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Amerikaanse blauwe kiekendief | Circus hudsonius

Northern Harrier | Aguilucho norteamericano

De Amerikaanse blauwe kiekendief is een slanke roofvogel met lange, smalle vleugels, een lange staart en een witte stuit, die laag en wiegend over open land vliegt en met zijn uilachtige gezichtssluier muizen en kleine vogels ook op het gehoor opspoort. In het gidsgebied is hij een wintergast uit Noord-Amerika, van september tot april algemeen in Mexico en naar het zuiden toe schaarser tot Panama; in het noordwesten van Baja California broedt hij zeer plaatselijk. Hij werd vroeger met de blauwe kiekendief van Europa en Azië tot één soort gerekend.

Amerikaanse blauwe kiekendief (Circus hudsonius)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil. Bij het nest en bij ruzies een snel kek-kek-kek; jonge vogels roepen een hoog, fluitend pieieh.

Luister: VluchtroepXC1014038

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

41–50 cm. Mannetjes zijn lichtgrijs van boven en wit van onderen met enkele roodbruine vlekjes, met zwarte vleugelpunten en van onderen een donkere achterrand aan de vleugel. Vrouwtjes zijn bruin van boven en roomkleurig van onderen met bruine lengtestrepen, en hebben een gebandeerde staart. Jonge vogels lijken op vrouwtjes, maar zijn van onderen effen oranjebruin. Alle kleden hebben een witte stuit en een gezicht met een ronde sluier zoals bij een uil. In de vlucht houdt de vogel de vleugels in een ondiepe V en wiegt hij heen en weer. Het vrouwtje is groter dan het mannetje.

Verwarrings­soorten

Buffons kiekendief Circus buffoni is groter, met langere vleugels en een minder duidelijke witte stuit, en heeft een lichte en een donkere vorm; in het gidsgebied vooral in Panama. De Amerikaanse grijze wouw Elanus leucurus is ook licht, maar heeft zwarte schouders en een witte staart en bidt vaak. De velduil Asio flammeus jaagt ook laag over open land, maar heeft een grote, ronde kop, een kortere staart en geen witte stuit.

Leefgebied

Open land: grasland, savanne, akkers en weiland, zoetwatermoeras en natte graslanden, rijstvelden, kwelders en halfwoestijngrasland, van zeeniveau tot op de hoogvlakte. Slaapt in groepjes op de grond in hoog gras of riet. Jaagt laag en wiegend over de vegetatie.

Verspreiding en trek

Van september tot april wintergast in vrijwel heel Mexico, het talrijkst op de hoogvlakte en in de graslanden van het noorden; ook doortrekker langs de Golfkust. In Midden-Amerika schaars in open land van Belize en Guatemala tot Costa Rica, en zeldzaam in Panama. In het noordwesten van Baja California blijven enkele paren 's zomers en broeden er. Buiten het gidsgebied broedend in Alaska, Canada en het noorden en westen van de Verenigde Staten; overwintert zuidwaarts tot in het noorden van Zuid-Amerika.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de graslanden en akkers van de hoogvlakte in Chihuahua, Durango en Zacatecas jagen 's winters vaak meerdere vogels tegelijk laag over het veld; tegen de schemering komen ze op gemeenschappelijke slaapplaatsen op de grond samen. In Belize vooral boven savanne en rijstvelden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De aantallen in Noord-Amerika zijn sinds de jaren zestig afgenomen door verlies van grasland en moeras.

Wetenschappelijke naam

Circus hudsonius | (Linnaeus, 1766) (GBIF: Circus cyaneus)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Falco hudsonius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Circus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Circus komt van het Griekse kirkos, een roofvogel die naar zijn cirkelende vlucht werd genoemd. hudsonius verwijst naar Hudson Bay in Canada, de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Hudsonbaai.