Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Altamiratroepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Altamiratroepiaal | Icterus gularis

Altamira Oriole | Bolsero de Altamira

De Altamiratroepiaal is de grootste troepiaal van het gidsgebied. Hij is genoemd naar de plaats Altamira in Tamaulipas en leeft in open bos en bosranden in het laagland, van het uiterste zuiden van Texas tot Nicaragua. Zijn hangende nest is langer dan dat van andere troepialen in het gebied.

Altamiratroepiaal (Icterus gularis)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit losse, heldere fluittonen met pauzes ertussen. De roep is een droge, schurende ratel en een nasaal ijk.

Luister: ZangXC956290

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Grote, forse troepiaal met een dikke, rechte snavel. De seksen zijn vrijwel gelijk. Kop en onderdelen zijn feloranje tot geeloranje, met een zwart masker tussen oog en snavel en een zwarte keelvlek. De rug is zwart. De vleugel is zwart met een oranje of gele bovenste vleugelstreep op de kleine dekveren, een witte onderste vleugelstreep en witte randen aan de slagpennen; de staart is zwart. Jonge vogels zijn doffer geel met een olijfkleurige rug.

Verwarrings­soorten

De maskertroepiaal Icterus cucullatus is kleiner en slanker, met een dunne, licht gebogen snavel en twee witte vleugelstrepen. De vlekrugtroepiaal Icterus pustulatus heeft een gestreepte of gevlekte rug. De vlekborsttroepiaal Icterus pectoralis heeft zwarte vlekken op de borstzijden en een witte vlek aan de basis van de handpennen. De Yucatántroepiaal Icterus auratus heeft een oranje rug.

Leefgebied

Droogbos en halfvochtig bos, doornstruweel, galerijbos en oeverbos, bosranden en open landschap met verspreide grote bomen, ook dorpen en weidegebied, vooral in het laagland tot ongeveer 1500 m. Eet insecten, spinnen en vruchten. Het nest is een tot ongeveer 60 cm lange, hangende buidel aan een buitenste tak, vaak boven een weg of open plek.

Verspreiding en trek

Aan de Atlantische kant van het uiterste zuiden van Texas door Nuevo León, Tamaulipas en Veracruz tot het schiereiland Yucatán, Belize en het noorden van Guatemala. Aan de Pacifische kant van het zuidwesten van Mexico door Chiapas, Guatemala, El Salvador en Honduras tot in Nicaragua.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De lange, hangende nesten zijn in het droge seizoen goed te zien en wijzen op de aanwezigheid van de soort; de vogels zelf zitten vaak hoog in grote, verspreide bomen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid. Profiteert deels van open, half ontbost landschap; in Texas beperkt tot de laatste resten oeverbos.

Wetenschappelijke naam

Icterus gularis | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Ps[arocolius] gularis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. gularis is Latijn voor 'van de keel', naar de zwarte keelvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tehuantepec, Oaxaca (Mexico).