Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Alsemfeetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Alsemfeetiran | Empidonax wrightii

American Grey Flycatcher | Mosquero gris

De alsemfeetiran is de bleekste en grijste van de Empidonax-tirannen. Hij broedt in alsemsteppe en open jeneverbes- en pijnbos in het binnenland van het westen van de Verenigde Staten en overwintert in droog, open terrein in het noordwesten en midden van Mexico. Een goed kenmerk is de manier waarop hij de staart langzaam omlaag beweegt, zoals een phoebe (Sayornis).

Alsemfeetiran (Empidonax wrightii)
Foto: Amado Demesa from DF, México — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een droog wit, vergelijkbaar met die van de struikfeetiran. De zang, een eenvoudig, krachtig tsjwip afgewisseld met zachtere tonen, is in het gidsgebied alleen af en toe in het voorjaar te horen.

Luister: ZangXC1106112

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, met een vrij lange staart en een lange, smalle snavel. De ondersnavel is licht, met een scherp afgezette donkere punt. Bovendelen bleek grijs, in vers verenkleed met een vage olijftint; onderdelen grijswit, de buik soms licht geel getint. Een smalle, vaag witte oogring. Twee lichtgrijze tot witachtige vleugelstrepen. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De struikfeetiran Empidonax oberholseri is iets olijfkleuriger, met een kortere snavel zonder scherp afgezette donkere punt, en wipt de staart omhoog in plaats van hem langzaam te laten zakken. De hammonds feetiran Empidonax hammondii is donkerder, met een kleine, donkere snavel en lange vleugels. De kleine feetiran Empidonax minimus is kleiner, met een kortere snavel en een duidelijke witte oogring.

Leefgebied

In de winter in droog, open terrein met struiken en lage bomen: mesquitestruweel, doornstruweel, struikrijk grasland, open eikenbos en oeverbegroeiing in droge streken, van zeeniveau tot de hoogvlaktes. Vangt insecten vanaf een lage zitplaats en jaagt vaak op of vlak boven de grond. Broedt niet in het gidsgebied.

Verspreiding en trek

Broedt in het westen van de Verenigde Staten en het zuiden van Canada, vooral in het Grote Bekken en de aangrenzende hooglanden. Overwintert van het zuiden van Arizona door het noordwesten en midden van Mexico, met inbegrip van het zuiden van het schiereiland Baja California.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter een van de gewone feetirannen in droog struikland van het noordwesten van Mexico. Een feetiran die laag in een struik zit en de staart steeds langzaam laat zakken is waarschijnlijk deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in zijn broedgebied en een gewone wintergast in het noordwesten van Mexico.

Wetenschappelijke naam

Empidonax wrightii | Baird, 1858

Baird beschreef de soort in 1858 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. wrightii eert de Amerikaanse botanicus Charles Wright (1811–1885), die in Texas en het zuidwesten van de VS verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit El Paso, Texas.