Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Allens kolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Allens kolibrie | Selasphorus sasin
Allen's Hummingbird | Zumbador de Allen
Allens kolibrie broedt in een smalle strook langs de kust van Californië en het zuidwesten van Oregon. De trekkende vogels van de nominaatvorm overwinteren in de hooglanden van Midden-Mexico en vertrekken al vroeg in het jaar weer naar het noorden. De ondersoort sedentarius is een standvogel, die vanuit het zuiden van Californië ook het noordwesten van Baja California heeft bereikt.
Geluid
De roep is een hard, droog tsjip, bij achtervolgingen snel herhaald en gemengd met geknepen, kwetterende tonen. Het mannetje maakt bij de baltsduik met de staartpennen een scherp, hoog gierend geluid; de vleugels zoemen in de vlucht hoog en snerpend.
Opname: Cin-Ty Lee — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
8–9 cm, met een rechte, vrij korte zwarte snavel. Het mannetje heeft een groene rug en kruin, roestbruine flanken, stuit en staart, een witte borst en een metaalachtig oranjerode keel die van goud tot scharlaken oplicht. Het vrouwtje is groen van boven, met roestbruine flanken, een roestbruine staartbasis, witte toppen aan de buitenste staartpennen en meestal enkele oranjerode veertjes midden op de keel. Jonge vogels lijken op het vrouwtje. De staartpennen zijn smal, de buitenste bijna naaldvormig.
Verwarringssoorten
De rosse kolibrie Selasphorus rufus lijkt er het meest op. Het mannetje heeft meestal een roestbruine rug, maar sommige mannetjes hebben een groene rug en zijn dan alleen aan de bredere staartpennen te herkennen. Vrouwtjes en jonge vogels zijn in het veld niet te onderscheiden. De calliopekolibrie Selasphorus calliope is kleiner en korter van staart, met weinig roestbruin. De breedstaartkolibrie Selasphorus platycercus is groter, met een rozerode keel bij het mannetje.
Leefgebied
In de winter in dennen-eikenbos, bosranden, struweel en tuinen met bloeiende planten in de hooglanden, tussen ongeveer 1000 en 2500 m, en aan de Pacifische kant ook in droog bos. In het noordwesten van Baja California in kuststruweel, chaparral, parken en tuinen met bloeiende planten en voederflessen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
De nominaatvorm overwintert vooral in de hooglanden van Midden-Mexico, van Jalisco, Michoacán en Guanajuato tot Morelos en de staat México, en trekt in het najaar langs de Pacifische kant door Sinaloa, Nayarit en Colima. In het uiterste noordwesten van Baja California, rond Tijuana, zijn het hele jaar vogels aanwezig, vermoedelijk van de ondersoort sedentarius. Het broedgebied ligt verder buiten het gidsgebied, langs de kust van Californië en het zuidwesten van Oregon.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de hooglanden van Morelos, Michoacán en Jalisco, vooral van oktober tot januari, bij bloeiende struiken aan bosranden. Mannetjes met een groene rug en een oranjerode keel zijn in deze tijd en streek meestal deze soort; vrouwtjes en jonge vogels zijn vaak alleen als Selasphorus te noteren.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Tellingen wijzen op een afname van de trekkende nominaatvorm. De ondersoort sedentarius breidt zich daarentegen uit in steden en tuinen.
Wetenschappelijke naam
Selasphorus sasin | (Lesson, 1829)
Lesson beschreef de soort in 1829 als Ornismya Sasin; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Selasphorus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Selasphorus is Grieks, van selas 'licht, vlam' en -phoros 'dragend': 'lichtdrager', naar de vurig glanzende keel. sasin is de naam van deze kolibrie in de taal van de Nuu-chah-nulth (Nootka) van Vancouver Island. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Francisco, Californië.




