Alle soorten › Zangvogels › Mierlijsters

Mierlijsters | Formicariidae

Antthrushes | Gallitos hormigueros

In de gids staan vier soorten van één geslacht, Formicarius, verspreid over vochtig laagland- en heuvelbos van het zuiden van Mexico tot Panama; de Maya-mierlijster is de noordelijkste. Het zijn bodemvogels die weinig op lijsters lijken, al suggereert de naam dat wel: de romp is rond, de poten zijn vrij lang en sterk, en het korte staartje wordt rechtop gehouden terwijl de vogel met afgemeten pasjes over de bosbodem loopt, wat hem iets van een kleine ral geeft. Het verenkleed is donkerbruin en roestkleurig, vaak met een zwart gezicht of een zwarte kop, en bij veel soorten loopt er een lichte ring om het oog. Ze zoeken insecten, spinnen en andere ongewervelden tussen het bladafval door blad om te keren of weg te pikken, en sluiten zich soms aan bij zwermen trekmieren. Ze zijn schuw en worden veel vaker gehoord dan gezien: de zang is een heldere, fluitende reeks tonen, bij sommige soorten snel en dalend, bij andere langgerekt, en ze reageren goed op een nagebootste fluittoon. Het nest ligt in een holte van een stronk of boom, vaak dicht bij de grond, en bevat meestal twee witte eieren.

Inheemse soorten 4 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Formicarius 4 soorten