Alle soorten › Zangvogels › Tityra's en becards › Zwartstaarttityra

Zwartstaarttityra | Tityra cayana

Black-tailed Tityra | Titira colinegra

De zwartstaarttityra is een gedrongen, grotendeels witte boomvogel uit de familie van de tityra's en bekardes, die in het gebied alleen op Trinidad voorkomt. Paartjes en kleine groepjes zitten vaak zichtbaar op kale takken boven in de kroon, aan de bosrand of op een dode boom in een open plek, en zijn eerder te horen aan hun knorrende roep dan aan een zang.

Zwartstaarttityra (Tityra cayana)
Foto: TonyCastro — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig muzikaal: korte, nasale, zoemende of knorrende roepen als ert, rek of wenk, vaak verdubbeld of verdrievoudigd en het vaakst in de vlucht te horen. Ze klinken eerder als een kikker of een speelgoedtoeter dan als een zangvogel.

Luister: ZangXC775166

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm, met een grote kop, een forse, haakloze snavel en een vrij korte staart. Het mannetje is van boven lichtgrijs tot zilverwit en van onder wit, met een zwarte kap die tot onder het oog reikt, zwarte vleugels en een geheel zwarte staart. Rond het oog ligt een rode, kale huid; de snavel is rood met een zwarte punt. Het vrouwtje heeft dezelfde rode oogring en snavel, maar een donkerbruine kap, grijsbruine bovendelen, bruinzwarte vleugels en staart, en witachtige onderdelen. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met een doffere naakte huid en snavel.

Verwarrings­soorten

Op Trinidad geen andere tityra. Het mannetje van de baardklokvogel Procnias averano is ook grotendeels wit, maar heeft een bruine kop, zwarte vleugels zonder rood bij oog en snavel, en een bundel zwarte lellen aan de keel; het vrouwtje daarvan is groen gestreept. De witvleugelbekarde Pachyramphus polychopterus is veel kleiner en donker, met witte vleugelstrepen.

Leefgebied

Bosranden, open plekken en hoog secundair bos, cacao- en koffieplantages met schaduwbomen en half open land met verspreide hoge bomen, vooral in het laagland en de lagere heuvels. Eet vooral vruchten, die vaak in een korte vlucht van de tak worden geplukt, aangevuld met grote insecten. Broedt in een boomholte, vaak een oud spechtenhol, enkele meters of hoger boven de grond; het vrouwtje broedt de eieren op een bodem van droge bladeren uit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, waar de soort vrij algemeen is in de beboste delen, waaronder de Northern Range. Op Tobago en de overige eilanden ontbreekt ze. Buiten het gebied van Venezuela en de Guyana's door het Amazonebekken tot in het midden en zuidoosten van Brazilië, Bolivia en mogelijk het noordoosten van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te zoeken door de toppen van hoge en dode bomen langs bosranden af te speuren, in de ochtend wanneer de vogels daar zitten te zonnen of vruchten eten. De nasale roep verraadt vaak een vogel die in het bladerdak verborgen zit. Vruchtdragende bomen trekken ze, samen met tangaren en manakins, geregeld aan.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en verdraagt bosranden, secundair bos en plantages met schaduwbomen; wel is ze voor het nestelen afhankelijk van holtes in oude of dode bomen.

Wetenschappelijke naam

Tityra cayana | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als [Lanius] cayanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tityra werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Tityra verwijst vermoedelijk naar de tituroi, de saters uit het gevolg van Pan en Bacchus, naar het luidruchtige, twistzieke gedrag; de herkomst is niet eenduidig. cayana verwijst naar Cayenne in Frans-Guyana, waar het typeexemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.