Alle soorten › Zangvogels › Cotinga's › Baardklokvogel
Baardklokvogel | Procnias averano
Bearded Bellbird | Campanero barbudo
De baardklokvogel is een cotinga uit het noorden van Zuid-Amerika en in het gebied alleen op Trinidad te vinden. Het mannetje is meestal lang te horen voordat het te zien is: zijn luide, metaalachtige roep draagt ver door het bos. De naam verwijst naar de bos zwarte, draadvormige lellen die van zijn keel afhangt.
Geluid
Een zeer luid, droog bok, om de paar seconden herhaald, en een metaalachtige reeks van 20–30 tikken, als een hamer op een aambeeld. De richting van het geluid is vaak onduidelijk. Het vrouwtje is vrijwel stil.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
27–28 cm, het vrouwtje iets kleiner dan het mannetje. Een stevige vogel met een korte, aan de basis zeer brede snavel. Het mannetje is wit, met een chocoladebruine kop en zwarte vleugels; aan kin en keel hangt een dichte bos zwarte, wormachtige lellen. Het vrouwtje is olijfgroen op de bovendelen en geel op de onderdelen, met groene strepen op keel en borst. Jonge mannetjes lijken eerst op het vrouwtje en krijgen in enkele jaren het witte kleed, via tussenkleden waarin groen, wit en bruin gemengd zijn.
Verwarringssoorten
Het volwassen mannetje is in het gebied de enige witte vogel met een bruine kop en zwarte keellellen. De zwartstaarttityra Tityra cayana is ook wit met zwarte vleugels, maar heeft een zwarte kap, een zwarte staart en rood rond het oog en aan de snavelbasis. Het vrouwtje is groter en zwaarder dan de andere groene, geel gestreepte bosvogels op Trinidad en heeft de korte, brede snavel van een cotinga.
Leefgebied
Vochtig groenblijvend bos en de lagere delen van het bergregenwoud. Eet uitsluitend vruchten, vaak in de vlucht geplukt, vooral van laurierachtigen en Burseraceae. Het mannetje roept vanaf een vaste, kale tak hoog in het bos. Het vrouwtje bouwt alleen een los nest van stengels en twijgjes op een tak en legt één ei, dat ruim drie weken wordt bebroed. Het belangrijkste broedseizoen loopt van april tot juli, met een tweede periode in oktober en november.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen op Trinidad, vooral in de beboste heuvels van de Northern Range; op Tobago ontbreekt de soort. De vogels van Trinidad behoren tot de ondersoort carnobarba, die ook in Venezuela, Colombia, Guyana en het noorden van Brazilië leeft; de nominaatvorm komt voor in het noordoosten van Brazilië. Sommige populaties op het vasteland trekken buiten de broedtijd naar lagere hoogten.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Northern Range, bijvoorbeeld bij het Asa Wright Nature Centre, waar roepende mannetjes regelmatig vanaf de paden te horen en te zien zijn. Het geluid is het beste aanknopingspunt; het mannetje zit meestal op een kale tak hoog in het bos en blijft daar lang op dezelfde plek.
Staat van instandhouding
Gevoelig volgens de IUCN, door verlies van bos en door vangst voor de kooivogelhandel, die vooral de vogels in Brazilië treft. Op Trinidad komt de soort voor in de beboste delen van de Northern Range.
Wetenschappelijke naam
Procnias averano | (Hermann, 1783)
Hermann beschreef de soort in 1783 als Ampelis Averano; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Procnias werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Procnias verwijst naar Procne uit de Griekse mythologie, die in een zwaluw werd veranderd. averano is de naam 'Averano' die Buffon aan deze klokvogel gaf, ontleend aan het Portugese ave de verão 'zomervogel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Brazilië.


