Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Zwaluwstaartkoningstiran

Zwaluwstaartkoningstiran | Tyrannus forficatus

Scissor-tailed Flycatcher | Tijereta rosada

De zwaluwstaartkoningstiran broedt op de prairies en in het open boerenland van het zuiden van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico, en overwintert van het zuiden van Mexico tot Panama. Zijn trekroute loopt ten westen van de Golf van Mexico, maar afgedwaalde vogels bereiken af en toe Florida en het noordwesten van het Caribisch gebied.

Zwaluwstaartkoningstiran (Tyrannus forficatus)
Foto: Judy Gallagher — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op doortrek en in de winter meestal stil. Roepen zijn een scherp pik of kek en een snel, droog gekwetter.

Luister: ZangXC323784

Opname: Terry Davis — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

22–37 cm, waarvan een groot deel staart; het mannetje heeft de langste staart, die van het vrouwtje is tot ongeveer een derde korter. Kop, rug en borst lichtgrijs, de vleugels donkergrijs met lichte randen. Flanken en onderstaartdekveren zalmroze, bij het mannetje het felst; in vlucht vallen de zalmroze tot rode okselveren op. De zeer lange, diep gevorkte staart is van boven zwart, van onderen wit. Jonge vogels hebben een veel kortere staart en missen grotendeels het roze; ze zijn lichtgrijs met hooguit een gelige of roze zweem op de buik.

Verwarrings­soorten

De vorkstaartkoningstiran Tyrannus savana, die vooral in het zuiden van het gebied voorkomt, heeft een zwarte kap, een geheel zwarte staart en zuiver witte onderdelen zonder roze. Jonge zwaluwstaartkoningstirannen met korte staart lijken op de arkansaskoningstiran Tyrannus verticalis, maar hebben geen gele buik en tonen al een gevorkte staart met witte basis.

Leefgebied

Open terrein met verspreide bomen, draden of hekken: weilanden, akkerranden, luchthavens, golfbanen en parken. Jaagt vanaf een open zitplaats op vliegende insecten en pakt ook prooi van de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Dwaalgast op Cuba, waar elk jaar enkele vogels worden gemeld, en op de Bahama's, de Kaaimaneilanden en Puerto Rico; elders in het gebied zeer zeldzaam. De meeste gevallen vallen in oktober en november. Buiten het gebied broedt de soort van Nebraska tot het noordoosten van Mexico en overwintert van Zuid-Mexico tot Panama; in Zuid-Florida overwinteren kleine aantallen.

Hoe en wanneer kijken

De meeste kans is op Cuba en de noordelijke Bahama's in het late najaar, op draden en hekken langs open terrein. Een vogel met korte staart verdient een blik op de onderdelen en de staartbasis om verwarring met andere koningstirannen te voorkomen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is algemeen in het broedgebied, al zijn de aantallen sinds de jaren zestig duidelijk afgenomen.

Wetenschappelijke naam

Tyrannus forficatus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als M[uscicapa] forficata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tyrannus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Tyrannus is Latijn (van Grieks turannos) voor 'tiran, alleenheerser', naar het agressieve gedrag waarmee deze vogels zelfs roofvogels verjagen. forficatus is Latijn voor 'gevorkt als een schaar', van forfex 'schaar', naar de zeer lange gevorkte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).