Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Kuifdoradito
Kuifdoradito | Pseudocolopteryx sclateri
Crested Doradito | Doradito copetón
De kuifdoradito is een kleine, gele tiran van rietvelden en moerassen in Zuid-Amerika. Het verspreidingsgebied is versnipperd, van Venezuela en Guyana tot Argentinië en Uruguay. In het Caribisch gebied is de soort als dwaalgast op Trinidad vastgesteld.
Geluid
In het zuiden van het verspreidingsgebied wordt de zang beschreven als een zeer hoog, vloeiend wic-wic-wic; de roep is een zacht wik wik.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–11 cm, klein en met een dunne snavel. Beide seksen hebben een rafelige kuif. Het mannetje heeft een zwartachtige kruin en kuif, olijfkleurige bovendelen, donkere vleugels met lichte randen en helder gele onderdelen. Het vrouwtje is valer, met een minder donkere kruin en lichtere gele onderdelen. Iris donkerbruin, poten zwart.
Verwarringssoorten
De gewone saffraangors Sicalis flaveola en de graslandsaffraangors Sicalis luteola zijn ook geel, maar hebben een kegelvormige vinkensnavel. De Zuid-Amerikaanse maskerzanger Geothlypis aequinoctialis leeft in dezelfde ruigte, maar mist de kuif; het mannetje heeft een zwart masker. De gele zanger Setophaga aestiva heeft geen kuif en een egaal gele kop.
Leefgebied
Rietvelden, moerassen en hoog gras bij water, tot ongeveer 500 m. Foerageert in paren of kleine familiegroepen op insecten en spinnen, die van de vegetatie worden gepikt, vaak hangend aan rietstengels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Dwaalgast op Trinidad; broedt niet in het gebied. Het dichtstbijzijnde verspreidingsgebied ligt in Venezuela en Guyana; verder versnipperd in Bolivia, Brazilië, Paraguay, Uruguay en Argentinië. De soort werd vroeger als trekvogel beschouwd, maar geldt nu als standvogel.
Hoe en wanneer kijken
Een klein geel vogeltje met een rafelige, donkere kuif in de moerassen of rijstvelden van Trinidad verdient een zorgvuldige vergelijking met zangers en saffraangorzen. De dunne snavel en de kuif zijn doorslaggevend. Waarnemingen zijn het documenteren waard.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een stabiele populatie, maar plaatselijk en schaars. In het Caribisch gebied een dwaalgast.
Wetenschappelijke naam
Pseudocolopteryx sclateri | (Oustalet, J-FÉ, 1892)
Oustalet, J-FÉ beschreef de soort in 1892 als Anaeretes sclateri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pseudocolopteryx werd in 1905 ingevoerd door Lillo. Pseudocolopteryx is Grieks, van pseudos 'vals' en het geslacht Colopteryx (kolos 'gestompt', pterux 'vleugel'): 'schijn-Colopteryx'. sclateri eert de Britse zoöloog Philip Lutley Sclater (1829–1913). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit provincie Buenos Aires, Argentinië (oorspronkelijk abusievelijk 'Chili').


