Alle soorten › Zangvogels › Hispaniolatangaren › Witvleugelzanger
Witvleugelzanger | Xenoligea montana
White-winged Warbler | Cigüita aliblanca
De witvleugelzanger is een kleine, grijs-olijfgroene bergvogel van Hispaniola. Ondanks zijn naam is hij geen Amerikaanse zanger: DNA-onderzoek plaatst hem samen met de groenstaartzanger en de twee palmtangares in de familie Phaenicophilidae, een kleine groep die alleen op Hispaniola voorkomt. In de Dominicaanse Republiek heet hij cigüita aliblanca.
Geluid
De zang is een reeks hoge, piepende tonen die aan het eind versnellen. Daarnaast lage roeptonen en een kwetterend gebabbel, vooral in gemengde groepen.
Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm, slank, met een vrij lange staart en een fijne snavel. Kop en nek zijn grijs, met een korte witte wenkbrauwstreep boven zwarte teugels en witte boogjes boven en onder het oog. Rug en stuit zijn olijfgroen, de vleugels donkergrijs met een witte vlek aan de basis van de handpennen, ook in zit goed te zien. De staart is donkergrijs met witte toppen aan de buitenste pennen. De onderdelen zijn wit, de borst en flanken grijs aangezet. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner van toon.
Verwarringssoorten
De groenstaartzanger Microligea palustris leeft in hetzelfde bergbos en lijkt sterk, maar mist de witte vleugelvlek en de witte wenkbrauwstreep, heeft een rode iris en een langere staart en foerageert meestal lager in de ondergroei. De dennenzanger Setophaga pinus van het pijnbos heeft twee witte vleugelstrepen en een gelige borst. De zwartkruinpalmtangare Phaenicophilus palmarum is veel groter, met een zwarte kruin en geen vleugelvlek.
Leefgebied
Bergbos met een dichte ondergroei: vochtig loofbos, gemengd bos van pijnbomen en loofhout, kalksteenbos en ouder secundair bos, vooral langs bosranden, open plekken en in struikgewas. Meestal boven 1200 m, met de hoogste dichtheden tussen 1300 en 1800 m; een enkele keer lager. Zoekt insecten in de middelste laag van de vegetatie, hoger dan de groenstaartzanger, en trekt vaak mee in gemengde groepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Hispaniola. In de Dominicaanse Republiek in de Cordillera Central, de Sierra de Neiba en de Sierra de Bahoruco. In Haïti in het Massif de la Hotte; in het Massif de la Selle zeldzaam en mogelijk verdwenen uit het nationaal park La Visite. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De hogere delen van de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central, in de vroege ochtend. Gemengde groepen met groenstaartzangers zijn het beste aanknopingspunt; de witte vleugelvlek en de wenkbrauwstreep onderscheiden de witvleugelzanger daarin, al is hij meestal veel minder talrijk.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De wereldpopulatie wordt geschat op 1500 tot 7000 volwassen vogels, verdeeld over gescheiden berggebieden, en neemt af. De belangrijkste bedreiging is ontbossing voor landbouw, houtkap en houtskool, vooral in Haïti; predatie door de ingevoerde mangoeste speelt mogelijk ook een rol.
Wetenschappelijke naam
Xenoligea montana | (Chapman, 1917)
Chapman beschreef de soort in 1917 als Microligea montana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Xenoligea werd in 1967 ingevoerd door Bond. Xenoligea is Grieks xenos 'vreemd' gecombineerd met Ligea, de oude naam van het verwante geslacht Microligea: 'vreemde Ligea'. montana is Latijn voor 'van de bergen', naar de bergbossen van Hispaniola waar de soort leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Loma Tina (Azua), Dominicaanse Republiek.




