Alle soorten › Zangvogels › Hispaniolatangaren › Groenstaartzanger

Groenstaartzanger | Microligea palustris

Green-tailed Warbler | Cigüita coliverde

De groenstaartzanger is een onopvallende, grijs-groene vogel van de ondergroei op Hispaniola. Net als de witvleugelzanger werd hij lang tot de Amerikaanse zangers gerekend, maar hij behoort tot de Phaenicophilidae, de familie die alleen op Hispaniola voorkomt. Er zijn twee ondersoorten: een in de bergen en een in het droge laagland van het zuidwesten. In de Dominicaanse Republiek heet hij cigüita coliverde.

Groenstaartzanger (Microligea palustris)
Foto: Ari Rice — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Korte, raspende en piepende tonen, die kunnen overgaan in een versnellende reeks dunne sip-sip-sip-tonen als zang.

Luister: RoepXC308666

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14,5 cm, slank, met een lange staart en een dunne snavel. Kop en nek zijn grijs, met witte boogjes boven en onder het oog en een rode iris. De bovendelen, vleugels en staart zijn olijfgroen, zonder vleugelstrepen of witte vlekken. De onderdelen zijn lichtgrijs, de buik witachtig. De seksen zijn gelijk. De ondersoort vasta van het laagland is in het geheel lichter en witter op de onderdelen dan de nominaatvorm uit de bergen.

Verwarrings­soorten

De witvleugelzanger Xenoligea montana heeft een witte vlek in de vleugel, een witte wenkbrauwstreep boven zwarte teugels en een kortere staart, en foerageert meestal hoger. De platsnavelvireo Vireo nanus heeft witte vleugelstrepen, een lichte iris en een gelige zweem op de flanken. Vrouwtjes van de blauwe zwartkeelzanger Setophaga caerulescens, een wintergast, zijn olijfbruin met een lichte wenkbrauwstreep en meestal een witte vlek aan de basis van de handpennen.

Leefgebied

De nominaatvorm leeft in loof- en pijnbos in de bergen met een dichte ondergroei, ook in struikgewas op open plekken en bosranden, tot ongeveer 2900 m. De ondersoort vasta bewoont halfdroog struweel en droog bos in het laagland. Zoekt laag in de dichte vegetatie naar insecten en trekt vaak mee in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola. De nominaatvorm in de bergen van de Dominicaanse Republiek, zoals de Cordillera Central, de Sierra de Neiba en de Sierra de Bahoruco, en in mindere mate in de aangrenzende bergen van Haïti; vrijwel de hele populatie leeft aan Dominicaanse zijde. De ondersoort vasta in het laagland van het zuidwesten van de Dominicaanse Republiek en op het eiland Beata. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Sierra de Bahoruco is de nominaatvorm in de bergen te vinden en de lichte vasta in het droge laagland bij Pedernales. De vogels blijven in de dekking; ze zijn het beste te vinden aan de roep en door bij gemengde groepen de onderste laag af te zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is plaatselijk algemeen, al wordt aangenomen dat de aantallen door ontbossing afnemen.

Wetenschappelijke naam

Microligea palustris | (Cory, 1884)

Cory beschreef de soort in 1884 als Ligea palustris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Microligea werd in 1884 ingevoerd door Cory. Microligea is Grieks mikros 'klein' met Ligea, een bosnimf (of Grieks ligeia 'helder zingend'); Cory verving er in 1884 zijn al bezette naam Ligea mee. palustris is Latijn voor 'van het moeras', van palus 'moeras' – een wat misleidende naam voor een vogel van struikgewas en bos. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Villa Riva, Dominicaanse Republiek.