Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Witschoudertangare

Witschoudertangare | Loriotus luctuosus

White-shouldered Tanager | Tangara hombriblanca

De witschoudertangare is een kleine, beweeglijke bostangare die vaak deel uitmaakt van gemengde foerageergroepen in de middelste laag van het bos. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Trinidad voor, met een ondersoort die ook in het noordoosten van Venezuela leeft. Hij werd vroeger in het geslacht Tachyphonus geplaatst; BirdLife gebruikt Islerothraupis.

Witschoudertangare (Loriotus luctuosus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een dun, hoog, herhaald siet. Roepen zijn onder meer een scherpe, hoge toon en een stijgend swie met een laag tsjep.

Luister: ZangXC1180630

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, slank, met een vrij lange staart en een spitse, zwartachtige snavel. Het mannetje is bijna geheel glanzend zwart, met een grote witte schoudervlek die ook in zit goed zichtbaar is, en witte ondervleugeldekveren. Het vrouwtje heeft een grijze kop, een olijfgroene nek en bovendelen, een grijswitte keel en gele onderdelen met een olijfkleurige zweem op de borst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn doffer en egaler.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de zwarte tangare Tachyphonus rufus is groter en eveneens zwart, maar het wit op de vleugel is bij een zittende vogel meestal alleen als een smalle streep zichtbaar en is vooral in de vlucht zichtbaar; het vrouwtje is egaal roodbruin. Vrouwtjes van de witschoudertangare kunnen aan een vireo of zanger doen denken, maar de grijze kop die scherp afsteekt tegen de olijfgroene rug en de gele buik is kenmerkend.

Leefgebied

Vochtig laagland- en heuvelbos, oud secundair bos, bosranden en beschaduwde cacaoplantages. Foerageert vooral in de middelste laag, in paren of familiegroepen, vaak in gemengde groepen met andere tangaren, en zoekt insecten tussen de bladeren en op takken; eet ook vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Trinidad, waar hij in beboste delen vrij algemeen is; op Tobago ontbreekt de soort. Twee meldingen uit de Dominicaanse Republiek zijn vermoedelijk fouten. Buiten het gebied van Honduras door Midden-Amerika tot in het Amazonebekken van Bolivia en Brazilië; de ondersoort van Trinidad, flaviventris, leeft verder in het noordoosten van Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Gemengde groepen in het bos van de Northern Range zijn de beste plek. De witte schoudervlek van het mannetje is ook in de schaduw te zien; vrouwtjes vallen op door het contrast tussen de grijze kop en de gele onderdelen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een wijdverbreide soort die ook in oud secundair bos en aan bosranden voorkomt.

Wetenschappelijke naam

Loriotus luctuosus | (d'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye, 1837)

D'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye beschreef de soort in 1837 als T[achyphonus] luctuosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Loriotus werd in 1821 ingevoerd door Jarocki. Loriotus komt van het Franse loriot 'wielewaal', de naam voor de wielewalen van de Oude Wereld. luctuosus is Latijn voor 'treurig, in rouw', naar het zwarte verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guarayos, Bolivia.