Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Turkse tortel

Turkse tortel | Streptopelia decaocto

Eurasian Collared Dove | Tórtola turca

De Turkse tortel is een lichte, zandgrijze duif met een smalle zwarte halsband. Hij is niet inheems in het Caribisch gebied: in 1974 ontsnapten op New Providence in de Bahama's minder dan vijftig vogels uit gevangenschap, en vanuit die groep en latere ontsnappingen heeft de soort zich over vrijwel alle eilanden verspreid. Vanaf de Bahama's bereikte hij ook Florida en daarna bijna heel Noord-Amerika.

Turkse tortel (Streptopelia decaocto)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Een driedelig koeren met de nadruk op de middelste lettergreep, koe-KOE-koe, eindeloos herhaald vanaf daken, antennes en draden. Bij de landing een nasaal, rauw kreeh.

Luister: VluchtroepXC1183999

Opname: Jack Berteau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

31–33 cm, slank, met een lange, aan het eind recht afgesneden staart. Het verenkleed is licht zandkleurig grijsbruin, kop en borst iets rozig, de onderdelen lichter. In de nek een smalle zwarte halsband met een witte rand. De handpennen zijn donkergrijs en steken in de vlucht af tegen de lichtere vleugeldekveren. Van onderen is de staart aan de basis zwart en voor de helft wit, de onderstaartdekveren zijn grijs. De iris is donkerrood, de poten rood. De seksen zijn gelijk; jonge vogels missen de halsband nog of hebben die maar vaag.

Verwarrings­soorten

De izabeltortel Streptopelia roseogrisea lijkt er sterk op, maar is kleiner en lichter, roomkleurig van tint, met witte onderstaartdekveren en minder contrast tussen hand- en armpennen; zijn roep is een rollend koeren in twee delen. De Antilliaanse treurduif Zenaida aurita en de treurduif Z. macroura missen de halsband en hebben zwarte vlekjes op de vleugel; de witvleugeltreurduif Z. asiatica heeft een witte band over de vleugel.

Leefgebied

Steden, dorpen, tuinen, hotelterreinen, havens en luchthavens, en open landbouwgebied met verspreide bomen en erven, vooral waar graan, voer of zaden te vinden zijn. Eet zaden en graan, meestal op de grond, en ook gevallen voer bij boerderijen en vogelvoederplaatsen. Broedt het hele jaar door met meerdere legsels per jaar, in een los takkenplatform in een boom, palm of op een gebouw.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Gevestigd en vaak algemeen op de Bahama's, Turks- en Caicos, Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico, en verder op de Maagdeneilanden en in de Kleine Antillen van Anguilla en Sint Maarten tot Grenada en Barbados. Op Trinidad en Tobago schaars en op Curaçao maar enkele keren gemeld. Van nature in Zuidwest- en Zuid-Azië; in de twintigste eeuw over heel Europa uitgebreid. Verwilderde populaties leven onder meer in Noord-Amerika en Mexico.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elke plaats op de Bahama's, de Grote Antillen en de noordelijke Kleine Antillen, op daken, draden en gazons. De roep is in woonwijken een van de meest gehoorde vogelgeluiden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een exoot die nog altijd uitbreidt. Of hij inheemse duiven verdringt, is voor het gebied weinig onderzocht; hij is vooral talrijk in door de mens gemaakt landschap, waar inheemse duiven minder voorkomen.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia decaocto | (Frivaldszky, 1838)

Frivaldszky beschreef de soort in 1838 als Columba decaocto; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. decaocto is Grieks voor 'achttien', van deka 'tien' en oktō 'acht', en bootst de roep na; volgens een Griekse sage werd een dienstmeisje dat maar achttien munten per jaar verdiende in deze duif veranderd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Turkije.