Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Schubduif
Schubduif | Columbina squammata
Scaled Dove | Tortolita escamosa
De schubduif is een kleine, langstaartige grondduif van open en droog land in Zuid-Amerika, die over het hele lichaam een fijn schubbenpatroon draagt. In het Caribisch gebied is hij alleen van Trinidad bekend, waar hij zeldzaam is. Op het vasteland valt hij vooral op door zijn ritmische, eindeloos herhaalde roep; in Brazilië heet hij naar die roep fogo-apagou, 'het vuur is uit'.
Geluid
Een ritmische roep van drie korte koertonen, waarvan de laatste wat hoger of nadrukkelijker klinkt, koe-koe-koeoe, die vanaf een verscholen zitplaats eindeloos wordt herhaald; bij het roepen deinen kop en lichaam mee. Bij het opvliegen maken de vleugels een duidelijk ratelend of zoemend geluid.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18–22 cm, iets groter dan de steenduif en duidelijk langer van staart. Het verenkleed is grijsbruin tot zandkleurig van boven en lichter, bijna wit tot rozig-beige van onder, en overal, ook op de rug en de buik, geschubd doordat de veren donkere randen hebben. De staart is lang en getrapt, met donkere middelste pennen en witte uiteinden aan de buitenste pennen, die samen een witte zijrand vormen die in de vlucht goed te zien is. In de vlucht vallen ook de roodbruine handpennen op en een witte band aan de basis van de vleugel. De seksen zijn vrijwel gelijk. Van de twee ondersoorten draagt ridgwayi, van Colombia tot Venezuela, meer zwart aan de veerpunten dan de nominaatvorm in het oosten van Zuid-Amerika.
Verwarringssoorten
De musduif Columbina passerina is kleiner en kortstaartig, en alleen op kop, hals en borst geschubd; zijn rug is effen en zijn staart zonder witte zijrand. De steenduif Columbina talpacoti en de dwergduif Columbina minuta hebben een effen borst zonder schubbing en een korte staart. De geoorde treurduif Zenaida auriculata is veel groter, met zwarte vlekken op de vleugel en zwarte streepjes op de wang, en mist het schubbenpatroon. Door de combinatie van lange staart en schubbing onderscheidt de schubduif zich binnen het gebied van deze soorten.
Leefgebied
Open en droog land met verspreide bomen en struiken: droog struweel, savanne, weiden, akkerranden, wegbermen en de randen van dorpen; op het vasteland ook in tuinen en stedelijk gebied. Hij foerageert op de grond, alleen of in paren, op zaden, en zit tussendoor in bomen of op draden. Het nest is een komvormig bouwsel van takjes, meestal een à twee meter hoog in een struik of boompje en soms op de grond, met twee witte eieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen op Trinidad, waar hij zeldzaam is en weinig wordt gemeld; of het om een kleine gevestigde populatie gaat of om vogels die geregeld van het nabije vasteland overkomen, is niet duidelijk vastgesteld. Op Tobago en de overige eilanden komt hij niet voor. Daarbuiten in Zuid-Amerika: van het noorden van Colombia door Venezuela en de Guyana's, en in het oosten en midden van Brazilië tot in Bolivia, Paraguay en het noordoosten van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Trinidad een soort om gericht naar te zoeken in droog, open terrein met struiken en verspreide bomen. Het ritme van de driedelige roep is het beste aanknopingspunt, en een kleine duif die met een ratelend vleugelgeluid opvliegt en daarbij witte staartzijden en roodbruine vleugels laat zien, is vrijwel zeker deze soort. Waarnemingen op Trinidad zijn de moeite van het melden waard.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Op het Zuid-Amerikaanse vasteland is de soort algemeen en breidt ze zich plaatselijk uit met de ontbossing en het ontstaan van open land. Op Trinidad is ze zeldzaam; over aantallen of trends op het eiland zijn geen gegevens bekend.
Wetenschappelijke naam
Columbina squammata | (Lesson, 1831)
Lesson beschreef de soort in 1831 als Columba squammata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Columbina werd in 1825 ingevoerd door Spix. Columbina is Latijn voor 'duifje', een verkleinvorm van columba 'duif'. squammata is Latijn voor 'geschubd', naar de geschubde tekening van het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bahia, Brazilië.



